<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0">
<channel><generator>iloblog 1.0</generator><title>MIJMEREN Feed</title><link>http://mijmeren.dongenhomespot.nl/</link><description>&lt;p&gt;Dongen,  29 mei 2010 De columns &quot;Mijmeringen&quot; bestaat tien jaar en ter gelegenheid daarvan heeft Rinus Krijnen -de columnist-  een boekje uitgegeven met een 40-tal columns over Dongen, zijn woonplaats. Aanvankelijk is Rinus begonnen de mijmeringen voor te lezen bij Radio0162, en toen deze zender stopte en overging naar de website OmroepDongen.nl zijn ze sindsdien hier te lezen en te beluisteren. Sinds kort ook via DongenHomespot.nl.De columns zijn geschreven tussen januari 2000 en mei 2010. Ben je wel gecharmeerd van de schrijfstijl van Rinus, dan is dit wellicht een leuk cadeau voor een echte Dongenaar. Het boekje is gebonden en kost exclusief verzendkosten €12,17. Je kunt het boekje bestellen via unibook: ( Click &lt;strong&gt;&lt;a href=&quot;http://www.unibook.com/nl/Rinus-Krijnen/10-jaar-mIjmeringen-over-Dongen&quot; target=&quot;_blank&quot;&gt;HIER)&lt;/a&gt;&lt;/strong&gt; Aangezien de boekjes individueel worden gedrukt is er wel een kleine wachttijd (max. 2 weken).&amp;gt;&lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Ga terug naar de krant :&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;&lt;a href=&quot;http://www.DONGENHOMESPOT.NL&quot; target=&quot;_blank&quot;&gt;WWW.DONGENHOMESPOT.NL&lt;/a&gt; &lt;/p&gt;</description><item><title>Griekse tragedie</title><link>http://iloapp.dongenhomespot.nl/blog/mijmeren?Home&amp;post=105</link><description><![CDATA[      Klik hier  om de mijmering te beluisteren.  Wie ooit wel eens in Griekenland is geweest ver voor het Eurotijdperk, en zijn ogen heeft open gehouden, zal nooit begrepen hebben dat Griekenland ooit heeft mogen toetreden tot de Eurozone. Griekenland was één van die Middellandse zee-landen, waar de inflatie zo groot was dat de koers van de drachme versus de gulden ervoor zorgde dat je elk jaar veel meer drachmen kreeg dan het jaar ervoor. En daarmee bleef Griekenland voor ons als toerist relatief goedkoop, zeker als je de uitgaven ter plekke beperkte tot lokale producten, zoals vers eten en drinken. Verder waren de Grieken er prat op dat ze zo weinig belasting betaalden. Niet omdat er geen belastingregels waren, maar elke Griek was wel gek als hij zich aan die regels hield. Bijna elk eilandje lag ver weg van Athene en daardoor waren de controles ook zeldzaam en weinig doeltreffend. En wellicht zal er ook wel het een en ander onder tafel geregeld zijn, als er dan toch een belastingschuld aan het licht kwam.Grieken zijn in het algemeen een slim volk, maar ook nogal egocentrisch. Wat dichtbij is, zoals familie, wordt gekoesterd, maar de overheid die ver weg in Athene zit, wordt niets gegund. Ook wel enigszins begrijpelijk, want voor de afgelegen eilanden werd ook vanuit het verre Athene niet veel gedaan. Door hun liberale instelling en egocentrische opstelling zul je ook niet echt grote bedrijven tegenkomen in Griekenland. De meeste bedrijfjes zijn eenmansbedrijfjes, waarbij de baas in de taverne de zaken regelt onder het genot van een ouzo, terwijl zijn enige jonge knecht de opdrachten uitvoert die in de taverne zijn besproken. Als die jonge knecht genoeg gesjouwd heeft, splitst hij zich af na zijn 35e en doet hij precies hetzelfde als zijn voormalige baas. Bijna een paradijselijke situatie, bedenkend dat Griekenland 3000 uren zon heeft per jaar en het leven eigenlijk spotgoedkoop is.Van onroerend zaakbelasting was je gevrijwaard, zolang het huis nog in aanbouw was. Dus een halve trap langs een zijgevel en een paar uitstekende betonijzers op het dak en je hoefde niets te betalen. Overigens ook niet als er op je grond een kerkje of kapelletje stond. Gewijde grond was belastingvrij. Het kerkje diende als opslagplaats van het gereedschap om het land te bewerken. Ook verbaasde ik me in Iraklion over de doe-het-zelf-garages, deur aan deur in een buitenwijk , waarbij de grond zo doordrenkt was met olie, dat deze volledig zwart was. En dat in een tijd dat elk Nederlands pompstation, vanwege dezelfde Europese regelgeving waar Griekenland zich aan moest houden, op kosten werden gejaagd, omdat de grond rondom het bedrijf schoon moest zijn. Anders volgde er sancties uit Brussel. Brussel ligt nog veel verder weg dan Athene vanuit Iraklion.  Rijk hoefde je in Griekenland niet te zijn om een nagenoeg zorgeloos leven te lijden. Sparen deed men dus ook niet. Door de hoge inflatie voor de Europeriode had dit tenslotte ook geen enkele zin. En ook tot een paar decennia geleden, was je zo rond je 50e uitgewerkt en ging je met pensioen. Leven als God in Griekenland.Grieken zijn naast slim ook charmeurs en beloven van alles. Door deze eigenschap zijn ze destijds waarschijnlijk door de mazen van de Euroregels gekropen en deden dus mee aan de Euro. Met de invoering van de Euro werd de markt een stuk transparanter en het gerommel van de Grieken zou al veel eerder aan het licht zijn gekomen als ze geen dubbele boekhouding erop na hielden. In hun grootheidswaanzin organiseerde ze ook nog de Olympische spelen in 2004. Ook daar heb ik me enorm over verbaasd. Wij waren op vakantie in Pilion nabij Volos tijdens de Olympische spelen. Volos is een stad zo groot als Breda en daar werd o.a. een deel van het voetbaltoernooi afgewerkt. Dat gebeurde in een gloednieuw stadion, waarbij dat van NAC drie keer in kon. En dat terwijl de stad niet eens een voetbalclub had in de hoogste divisie van Griekenland. Er is één wedstrijd in het mannentoernooi gespeeld en verder uitsluitend vrouwenvoetbal. Voor nog geen 25 euro kon je als toerist zo’n vrouwenwedstrijd volgen. Het aantal bezoekers bleef beperkt tot enkele duizenden. Ik ben benieuwd hoe nu dit stadion nog wordt gebruikt. Die spelen zijn in ieder geval een buitenproportionele investering geweest en ik denk dat deze Olympische grap nog steeds zwaar drukt op de Griekse schouders.  Als je destijds de krant las wist je dat de Griekse begrotingsmentaliteit een zwak punt was. Nooit waren de begrotingstekorten voor het Eurotijdperk binnen de marges van de toelating tot de Eurozone, behalve –typisch- op het moment suprème. Door de gretigheid voor de Europese zaak werden de opgepoetste cijfers van de Grieken geloofd en sloten zich bij het Europact aan.En nu staat het land aan de rand van de afgrond. Men kan zich niet meer verschuilen en het rommelen en ritselen is voorbij. Alhoewel onze Jan Kees de Jager tot enkele weken geleden vol bleef houden dat de Grieken binnen de eurozone zouden blijven en onze garanties niet zouden aanspreken, ziet het er nu toch naar uit dat Griekenland de Eurozone zal moeten verlaten en kunnen we fluiten naar onze centen. Door populisten in Griekenland, die de overhand dreigen te krijgen in de politieke arena, krijgt de Euro de schuld van alles. De discipline die men op moet brengen om binnen het strenge regime van de Eurozone te blijven is door de Grieken niet op te brengen en was eigenlijk ook nooit bereikbaar geweest. Het zit niet in de genen. Ze hebben te lang zorgeloos geleefd en zijn niet gewend belasting te betalen. Met het vertrek uit de Euro wordt het land direct terug geworpen tot het allerarmste land van Europa. Salarissen zullen worden gehalveerd en buitenlandse producten en energie onbetaalbaar. Kunnen we wel weer lekker goedkoop op vakantie daar, zolang we tenminste zelf ons hoofd nog boven water kunnen houden.   Yamas!  Rinus Krijnen           
 ]]></description><pubDate>Fri, 18 May 2012 09:52:01 +0200</pubDate><category>ALGEMEEN</category></item><item><title>Medische tombola</title><link>http://iloapp.dongenhomespot.nl/blog/mijmeren?Home&amp;post=104</link><description><![CDATA[    
  Klik hier  om de mijmering te beluisteren. 
 Een paar weken geleden gingen we met mijn moeder naar een uitvaartdienst; de jongste zoon van haar broer was op 49-jarige leeftijd gestorven aan een langslepende ziekte. Op zich een zeer trieste psychische gebeurtenis, maar ook fysiek ging het met moeder die dag niet zo goed. Ze klaagde over haar ogen. Ze zag niets. Moeder is al jaren onder behandeling bij oogartsen. Wij, de familie, hebben ze al van de ene naar de andere kliniek gesleept, tot aan universitaire klinieken toe. Niets lijkt te helpen. Telkens worden er weer zalfjes voorgeschreven die de ontstekingen moeten remmen. Ze zou aan staar geopereerd moeten worden, maar door de ontstekingen is dit niet mogelijk. Ze is zelf niet in staat de zalfjes aan te brengen, dus de zusters van de extramurale zorg komen dagelijks twee keer ma’s ogen zalven. Daar zijn ze zo’n half uur per keer mee bezig. De tijd voor ma wordt korter. Hoe langer hoe meer gaan we –inclusief ma- ons afvragen of al die zalven nog wel iets toevoegen aan de kwaliteit van haar leven? De resultaten zijn er niet; sterker nog: het wordt alleen maar erger.  
 Na de uitvaart van onze neef moesten we voor de condoleance nog even wachten. Mijn zussen, ma in de rolstoel en ik gingen wat eten in de stad. Ma bestelde kroket met brood. Dat werd een bruine boterham, uiteraard een bruine kroket en geserveerd op een bruin bord. Ze zag er niets van en we moesten haar helpen met het eten ervan. Daarna besloten we naar de oogpoli te rijden; we waren toch in de buurt. We werden ondanks de drukte direct geholpen. Toen ontstond er een probleem. Ma’s oogdruk was veel te hoog en de dienstdoende oogarts wilde het dossier raadplegen. Het dossier was niet aanwezig. Dat lag in Oosterhout en daar was niemand meer om half vijf ’s middags. De nieuwe techniek en de medische betrokkenheid van mijn zussen boden echter uitkomst. Mijn jongste zus had op haar iPhone de lijst met medicijnen die moeder slikte op een lijstje en mijn oudste zus bleek –tot mijn ontzag- zo alle Latijnse namen van de gebruikte zalven (ik geloof een stuk of zes) op te kunnen dreunen. Als ik alleen was geweest met ma, waren we waarschijnlijk zonder behandeling weggestuurd, door gebrek aan informatie. Ik ben niet zo’n medicijnman; aan mij moet je dus niets vragen over dit soort dingen. Met het bij elkaar grabbelen van de informatie uit mijn zussen kon de arts bepalen dat ma een betablokker moest krijgen om de oogdruk drastisch te verminderen. De arts moemde de naam van het medicijnmiddel en wilde dit ma voorschrijven, maar ma wist te vertellen dat ze daar niet tegen kon. Bij een vorige kuur was ze van dit medicijn erg ziek geworden. Ik stond ervan te kijken dat ma dit zelf wist. De dokter besloot dat het dan wellicht verstandiger zou zijn om ma even in het ziekenhuis te houden en het medicijn dan maar via een infuus in te brengen. Na een hoop geregel lag ma toen plots in het ziekenhuis.  
 De volgende dag mocht ze weer naar huis. Inmiddels is er contact geweest met de huisarts en het blijkt dat de huisarts eigenlijk van niets wist. Omdat er naast de huisarts en oogarts, ma in december ook nog een hartinfarct heeft gehad, staat ze ook nog onder behandeling bij een cardioloog. Nergens in de medische ketens blijken verbindingen te liggen. Elke arts beoordeelt zijn casus op basis van eigen waarneming. De patiënt moet de arts daarbij helpen om het ziektebeeld verder aan te vullen. Dat verwondert mij ten zeerste anno 2012. Als de patiënt, of de omgeving, zoals in ons geval mijn zussen niet gedetailleerd deze aanvullende informatie verstrekken, kunnen er grote medische missers worden gemaakt, door verkeerde medicijnen voor te schrijven of behandelingen te doen, omdat het totale ziektebeeld ontbreekt. We hebben het elektronische patiëntendossier politiek afgewezen, omdat er door onderling gesteggel tussen medische instanties er geen sluitende oplossing kwam. Iedere arts voelt zich verantwoordelijk voor zijn patiënt en handelt eigenlijk uitsluitend vanuit eigen waarneming, daarbij dus het wantrouwen naar collega’s uitsprekend. En de eed van Hippocatres helpt daar ook al niet aan mee. Zelfbeschikking is medisch gezien bijna onmogelijk. De complexe doktersmaterie is voor velen onbegrijpelijk en beangstigend. De huidige medische voorzieningen zijn er vooral op gericht om de patiënt te genezen. Men heeft een kwaal en de dokter lost het op. Als echter –vooral met het verstrijken van jaren- er combinaties van medische problemen gaan ontstaan werkt dit dus niet als de patiënt niet mondig is; het kan zijn dat behandelingen elkaar tegen werken. Dat is niet in het belang van de patiënt. Onze huidige huisartsen zijn vaak mensen die hun behandelingen inzetten om te genezen. Begeleiden doen ze ook, maar vaak door te verwijzen na een diagnose. De rol van de huisarts zou veel meer coach of consulent moeten zijn. En deze rollen zou je dan moeten scheiden: de genezende huisarts en de begeleidende medische coach. De coach komt in beeld als er meer dan één kwaal is. De medische coach zou een vertrouwenspersoon moeten zijn van de patiënt; inzage moeten hebben in alle dossiers en proactief de patiënt begeleiden en namens de patiënt de belangen behartigen bij medische vraagstukken. Het lijkt een dure oplossing , maar ik denk dat door de huidige aanpak er veel te veel behandelingen worden voorgeschreven die de patiënt eigenlijk niet wil en ook niet helpen de kwaliteit van het leven te verbeteren. En door die belangenbehartiging van de patiënt zou het systeem van medische coaches uiteindelijk nog wel eens veel goedkoper uit kunnen pakken. Randvoorwaarde is wel dat de er een echte vertrouwensband is tussen patiënt en coach. Met de huidige mega huisartspraktijken is het haast niet meer mogelijk aan een vertrouwensrelatie te werken, als telkens een andere arts jou ten dienste staat. Het wordt tijd om de medische bakens te verzetten. 
 Rinus Krijnen 
   
     

     
 ]]></description><pubDate>Sat, 12 May 2012 10:25:28 +0200</pubDate><category>ALGEMEEN</category></item><item><title>4 en 5 mei</title><link>http://iloapp.dongenhomespot.nl/blog/mijmeren?Home&amp;post=102</link><description><![CDATA[      Klik hier  om de mijmering te beluisteren.  Op 4 mei herdachten we de doden en op 5 mei vierden we Bevrijdingsdag. Deze laatste dag is ooit ingesteld om de bevrijding van de Duitsers in mei 1945 te herdenken. Aanvankelijk een euforische feestdag omdat we van de moffen af waren, maar in de loop van de tijd kreeg deze feestdag een heel andere lading. Voornamelijk omdat de mensen die destijds bij dat oorlogsgeweld betrokken waren ons inmiddels zowat allemaal zijn ontvallen. En vooral ook omdat de moffen geen moffen meer zijn, maar gerespecteerde buren, waar we eigenlijk onze huidige welvaart aan te danken hebben. Ook voor de Duitsers worden wonden open gereten als er weer een idiote rechtbank in Nederland vindt dat de burgemeester van een gehucht niet langs de gevallen Duitsers mag lopen tijdens dodenherdenking.  Wrijf het er maar in dat deze gevallenen slecht waren. Ze hadden waarschijnlijk, net als bij ons, geen enkele keus. Het systeem riep ze op om een taak uit te voeren voor het land. En velen kwamen niet meer terug en bleven gesneuveld achter nabij het slagveld. Het hypocriete van een oorlog. De winnaars zijn de goede en de verliezers de kwaaie. Oorlogsmisdaden aan de goede kant worden vergoeilijkt of historisch vergeten en voor de vijand staan oorlogstribunalen te wachten om alle oorlogshandelingen te fileren om te bepalen of er geen misdaden zijn gepleegd. Oorlog = Misdaad. De vijandelijke kopstukken krijgen straffen en de winnaars blijven buiten schot, terwijl het net zulke schoften zijn.  De etnisch getroffen slachtoffergroepen van de 2e wereldoorlog voelden zich gekrenkt omdat de burgemeester van Vorden langs die arme Duitse soldaten wilde lopen en schakelde de rechter in om dit te verhinderen. En de burgemeester wilde slechts een gebaar maken ten aanzien van de zinloosheid van de oorlog. Vergeet ook niet dat ook voor de meeste Duitsers het einde van de 2e wereldoorlog een bevrijding was. Om dan zo’n verzoenende actie van deze burgemeester af te straffen omdat dit de etnische slachtoffergroepen zou krenken, betekent dat vergeven blijkbaar daar niet in het woordenboek voorkomt. Het wakkert juist haat aan om een rechter hier achter zien te krijgen. Waarom?   Ook in Duitsland zijn er nauwelijks nog mensen in leven die bewust deze oorlog hebben meegemaakt en alle nakomelingen zijn met dit schuldgevoel –dit nooit meer- opgegroeid; dus waarom blijven we deze tweestrijd koesteren? Dat de jongeman ,die een gedicht over zijn gevallen oudoom op wilde zeggen tijdens de dodenherdenking, geen toestemming kreeg omdat de oom de verkeerde kant had gekozen tijdens de oorlog; belachelijk. Laten we dit punt van het verleden rusten. Het is bijna ¾ eeuw geleden gebeurd; de tijd heelt alle wonden. En laten we op 4 mei de doden herdenken die in alle oorlogen en missies zijn gevallen, want elke dode is er één te veel. Bij die zinloosheid mogen we best wel eens blijven stilstaan.   En dat brengt ons de volgende dag bij Bevrijdingsdag. Een dag die eens in de vijf jaar officieel wordt gevierd -krenten die we zijn-, maar ook zijn oorspronkelijke lading aan het verliezen is. Het is belangrijk om onze vrijheid te vieren; blij te zijn dat we in een tolerant land leven, we mogen zeggen wat we willen en ons mogen organiseren in een democratie om een mening te laten horen. Dat is een zeer belangrijk voorrecht. En dat we dit verbinden met de datum 5 mei is, omdat vanaf deze datum in 1945 dit weer geldt. We moeten dit dus niet zien als dat we van de Duitsers af waren, maar dat we echt vrij zijn. Voor hetzelfde geld raak je namelijk ook in ons eigen land je vrijheid kwijt. En is dit misschien al niet sluipend weer aan het gebeuren? We moeten ons vanaf nul identificeren, we worden dagelijks gespot op duizenden camera’s, de mannetjes met een V op hun borst zijn alom in de buurt, allerlei systemen worden gekoppeld en de regeldruk wordt hoger en hoger. Hoe vrij zijn we eigenlijk nog ? In onze sociale media-activiteiten voelen we ons vrij en zijn we heel actief en openhartig, maar wat gebeurt er met de data? Big brother is watching you en grijpt ook nogal eens in, terwijl je jezelf daar nauwelijks bewust van bent. In die zin wordt de vrijheid hoe langer hoe meer beknot. Blijf dus nadenken wat vrijheid echt voor je betekent. Om hier één dag per jaar bewust bij stil te staan is voor iedereen een must. Elk jaar vrij dus op 5 mei!  Rinus Krijnen          
 ]]></description><pubDate>Sun, 06 May 2012 11:53:10 +0200</pubDate><category>ALGEMEEN</category></item><item><title>Cultureel verval</title><link>http://iloapp.dongenhomespot.nl/blog/mijmeren?Home&amp;post=101</link><description><![CDATA[      Klik hier  om de mijmering te beluisteren.  Ruim tien jaar geleden kreeg ik van Dr. Kroot van De Volckaert de eerste plannen onder ogen van de nieuwe Volckaert. Omdat ik destijds voorzitter was van de Lokale Omroep en de omroep in De Volckaert resideerde, mochten we deze plannen inzien. Er werd ook over onderhandeld. Dr. Kroot vertelde dat hij een droom had om de integratie tussen de bewoners van de Volckaert en de Dongense bevolking zoveel mogelijk te bevorderen. Daarmee zouden de bewoners van zijn accommodatie minder in een isolement komen, en bovendien kon zo de Volckaert ook iets terug doen aan Dongen. Een nobel streven. Hij vertelde dat hij daarbij o.a. dacht aan een theater met ongeveer 250 zitplaatsen. En aangezien wij als omroep ons bezig hielden met de verslaglegging van activiteiten voor heel Dongen werd gekeken of er geen plaats was in de buurt van dit theatergedeelte. Uiteindelijk liepen de onderhandelingen met ons stuk op een heel praktisch probleem: de zendmast. Er mocht geen bijna 40 meter hoge mast worden opgetrokken op het terrein.   Aan het gedachtegoed van de heer Kroot durfde men niet te twijfelen en zo ontstond er een theatertje in De Volckaert. De zaal was professioneel ingericht, en eerlijk, ik vond het wel aardig. Minder geslaagd was de lucht van lysol, de toertocht door het gebouw om in de zaal te komen en de beperkte horecavoorzieningen. En vooral de sfeer rondom een cultureel evenement ontbrak. Je ging toch gewoon een zorginstelling met alle leed van dien binnen en achter een geheime deur was er ineens dat theater: nogal verwarrend en niet passend voor een avondje uit.  Wat veel personeelsleden stak was dat er slechts beperkte voorzieningen voor minder validen waren, zodat de eigen bewoners nauwelijks gebruik konden maken van het theater. En vergis je ook niet wat zo’n theater kost: dat geld kon in de ogen van vele personeelsleden wel in andere –nuttigere- zaken worden gestoken, want aan noodzakelijke voorzieningen groeide inmiddels de schaarste.  Tien jaar na het uiteenzetten van de plannen lezen we dat De Volckaert stopt met professionele vertoningen in het theater. De nobele doelen van Kroot op dit terrein zijn niet bereikt en door de crisis moet ook een SBO De Volckaert elk dubbeltje omdraaien. De timing is perfect, maar niet heus. Juist nu de gemeente Dongen heeft besloten een multifunctioneel accommodatie (MFA) te gaan bouwen op de plek van De Cammeleur, krijgen we dit nieuws te horen. In de culturele ambities van Dongen werd eigenlijk rekening gehouden met de inzet van het Dongeparktheater. En die eisen en wensen aan die inzet waren niet de minste. En nu valt het doek voor dit theater.  Ik snap het wel. De Volckaert zag ook de gemeente lonken naar het theater en aangezien elke avond gebruik voor De Volckaert zwaar verlieslatend is, zit men niet te wachten op een nog groter exploitatietekort. Maar blijkbaar is dit vooraf niet besproken of afgewogen tussen het gemeentebestuur en de directie van SBO De Volckaert. Op zijn minst opmerkelijk, gezien het Dongense belang. Wellicht kan de gemeente de inventaris nog voor een prikkie overnemen, maar dan blijft het daar wel bij. Geen punt zegt wethouder van Beek: het plan voor de Nieuwe Cammeleur is toch nog niet afgerond. Dit kan er nog wel bij, daarmee wegwuivend dat dit besluit geen groot probleem is. Het is wel een probleem, want een echt theater zit er niet meer in.  In de ontstane situatie zie ik het volgende gebeuren: Wat de gemeente Dongen heeft gedaan is in deze fase op basis van de beschikbare middelen een budget afgekaart waarmee de MFA moet worden gerealiseerd. Fase twee gaat men pas echt de wensen en eisen inventariseren voor het toekomstige gebruik. In fase drie moet een architect een onmogelijke klus klaren om aan alle requirements te kunnen voldoen in een plan. Fase vier is het managen van de verwachtingen en de teleurstellingen laten verwerken. Daarna volgt er de bouwfase, waarna er een gebouw zal komen wat een volslagen mislukt compromismodel zal zijn. En als dit niet zo is, dan zijn er tal van eisen en wensen niet gehonoreerd en staan er veel instellingen en initiatieven op straat: zoek het zelf maar uit.  Normaal hoor je eerst een waterdicht programma van eisen op te stellen. Dat is een belangrijke fase, waarbij alle verwachtingen worden gemanaged. Daarna ga je kijken welke middelen hiervoor nodig zijn (geld, plaats etc.) Wordt het te duur, dan worden de eisen bijgesteld en weten de gedupeerden al snel dat men geen verwachtingen hoeft te hebben. Dan kunnen zij ook hun ambities bijstellen. Daarna ga je het plan uitwerken en realiseren.   Door de huidige werkwijze weet niemand waar hij aan toe is, of welk deel van de eisen nu wel of niet worden ingevuld. En als er dan ook nog zo’n theaterfunctie extra in moet, dan vrees ik het ergste. Mijn advies luidt: stop alle plannen en begin opnieuw en doe de dingen in de juiste volgorde.  Bijkomend voordeel is dat in deze slechte tijd nog even niet zwaar geïnvesteerd hoeft te worden; zeker ook omdat het huidige budget op drijfzand is gebaseerd; los de acute problemen op door creatief te zijn en neem de tijd voor het opstellen van een goed programma van eisen. Voorkom dat we later spijt krijgen van de overhaaste beslissingen. Beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald.   Rinus Krijnen           
 ]]></description><pubDate>Sun, 29 Apr 2012 13:17:33 +0200</pubDate><category>Politiek</category></item><item><title>De Poort Dicht?</title><link>http://iloapp.dongenhomespot.nl/blog/mijmeren?Home&amp;post=100</link><description><![CDATA[      Klik hier  om de mijmering te beluisteren.  

Ruim 35 jaar geleden startte ik als vrijwilliger bij OJD,
het latere J.C. De Poort. Ik ben bijna 8 jaar actief geweest in het bestuur,
waarvan een aantal jaren als voorzitter. 
Later werd ik voorzitter van Stichting Open Huis, de voorganger van de
huidige stichting Richting en was als stichtingbestuurder ook mede
verantwoordelijk voor de Poort als jongerencentrum. Ook toen waren de omstandigheden niet altijd
gemakkelijk, maar nooit is er destijds bij ons opgekomen om het bijltje erbij
neer te leggen. Vanwege het exclusieve gebruik door de jeugd van het gebouw de
Poort heeft het gebouw nooit een optimale bezetting gekend. Om het kostenaspect
daarom aan te wenden als reden om nu de huur op te zeggen, is wel een zeer
kwalijke reden van Stichting Richting om er een eind aan te maken. Waar is de
maatschappelijke verantwoordelijkheid van deze stichting, die haar vermogen te
danken heeft aan de verkoop van Gasthuisstraat 19? En dat vermogen is er omdat
destijds de broeders van Dongen voor een habbekrats dat gebouw aan het
toenmalige SOD (Stichting Opbouwwerk Dongen) hebben verkocht en het huidige
Stichting Richting het voor goed geld heeft doorverkocht aan een
advocatenkantoor. De broeders hebben dat gebouw ooit zo goedkoop aangeboden met
de bedoeling dat daardoor geld geschapen zou worden om maatschappelijke en
culturele activiteiten te ontplooien in ons dorp. Maar blijkbaar zitten de
heren op het pluche èn liever op hun geld om op een zodanige afstand de zaak te
besturen, dat ze het zicht op de werkelijkheid zijn verloren.   

Een half jaar geleden kwamen ze met het idee om het gebouw
terug te geven aan de jeugd en de jeugd zelf activiteiten te laten organiseren.
Daarmee zouden de professionele krachten zich meer kunnen focussen op de echte
problemen met jongeren. Alsof niet-probleemjongeren geen rechten hebben om
begeleid te worden? Blijkbaar is het niets geworden, want nu gooit men de
knuppel in het hoenderhok. Op basis van vage, blijkbaar niet te reconstrueren
afspraken met de gemeente zou de stichting geen of zwaar onvoldoende subsidie hebben
ontvangen om het jongerenwerk in de Poort te kunnen uitvoeren. Nog nooit heeft de stichting hier ergens ooit
openbaar over geklaagd. In plaats van de gemeente te confronteren met het botte
standpunt van sluiting van de Poort, had men ook in gesprek kunnen gaan met het
gemeentebestuur om te kijken of Gasthuisstraat 3 niet een veel meer
multifunctionele bestemming zou moeten krijgen. Zeker in een tijd waar goede
accommodaties voor verenigingen in Dongen met een loepje te zoeken zijn. Het is
schandalig dat om gebrek aan inzet en communicatie het ruim 40-jarige
ongeorganiseerde jeugdwerk een roemloos einde tegemoet gaat. En misschien
speelt Stichting Richting wel powerplay, maar dat zou dan nooit over de rug
moeten gaan van het uitvoerende werk.  

Stichting Richting gaat hiermee zijn verantwoordelijkheden
uit de weg en verdient het eigenlijk door dit amateurisme niet een grote hap
uit de gemeentelijke begroting te claimen. Ze is blijkbaar niet in staat te
leveren wat de gemeente zou mogen verwachten, of mee te denken aan andere
oplossingen voor de problemen. Het is
eigenlijk al onbegrijpelijk dat deze plaatselijke stichting überhaupt
bestaansrecht heeft. Door de versnippering van de te leveren taken en diensten
zijn ze veel te klein om de noodzakelijke kwaliteit tegen een goede prijs te
kunnen leveren. Ook voor de werkzame medewerkers biedt dit weinig
perspectieven. Iets waar ik destijds in mijn bestuurstijd van Stichting Open
Huis ook al de problemen van inzag.  

De Poort zou best multifunctioneel kunnen worden ingezet.
Destijds, toen ik nog als vrijwilliger werkte bij OJD moesten we de oude HBS,
de voorganger van het gebouw de Poort, ook delen met Musis Sacrum. Oude tijden
zouden kunnen herleven. Ook zijn er wellicht mogelijkheden voor activiteiten
van het Kunstpodium in het gebouw. En dat hoeft niet te betekenen dat er dan
niets meer voor tieners kan worden georganiseerd.   

Wanneer wordt men wakker in het gemeentehuis om vast te
stellen dat het tijd wordt om eens goed achter de oren te krabben of men
eigenlijk nog wel verder zou moeten willen met dit elitaire gezelschap. Time
for change.  

Rinus Krijnen           
 ]]></description><pubDate>Wed, 11 Apr 2012 23:41:24 +0200</pubDate><category>ALGEMEEN</category></item><item><title>Klotafoon</title><link>http://iloapp.dongenhomespot.nl/blog/mijmeren?Home&amp;post=99</link><description><![CDATA[    
  Klik hier  om de mijmering te beluisteren 
 Gisteren brak er ergens op een achteraf industrieterrein een brand uit in een bedrijfsgebouw. Aangezien één op de duizend gebouwen ooit een keer in brand vliegt, is dat niet zo vreemd. 
 En even later deden de mobieltjes het niet meer. Geen GSM, SMS en geen 3G en zelfs de vaste telefonie ging onderuit. Een zenuwcentrum van Vodafone lag naast het brandende pand en door water en rookschade werden de servers die er stonden beschadigd en vielen de systemen uit. 
 Optimistisch zoals de ICT branche is, met een sterk geloof in eigen kunnen, zouden de systemen 's middags alweer in de lucht zijn. Het werd middag en nog steeds grote problemen, die eerder groter leken te worden dan kleiner. 's Avonds werden er weer concrete beloften gedaan: de volgende dag zou het probleem opgelost zijn. De volgende dag: het gewone mobiele verkeer zal nu wel weer voor 95% werken, maar er zijn nog problemen met de vaste telefonie en met data 3G kan het nog wel een paar dagen duren voor alles stabiel is. 's Middags werd bekend gemaakt dat alle 700 palen die bediend werden vanuit het getroffen gebouw één voor één handmatig moesten worden ingeschakeld. De verantwoordelijke minister van infra spreekt schande en eist de providers dat ze elkaar helpen bij dergelijke calamiteiten. Een minister van een regering die de vrije markt heilig verklaart en bedrijven laat verbieden samen te werken om kartelvorming tegen te gaan. 
 Juist die minister roept op om de handen ineen te slaan. Logisch is dat de drie providers dit nooit gedaan hebben om torenhoge boetes uit Europa te vermijden. Er moest tenslotte toch concurrentie komen? 
 Het bedrijf beroept zich aanvankelijk op overmacht: ze kunnen er toch ook niets aan doen dat de buurman in de hens gaat en hun bedrijf meesleept in de ellende? Later binden ze wat in. Er komt nogal wat kritiek. Hoe kan een bedrijf met zo'n belangrijke, blijkbaar enkelvoudig, uitgevoerde infrastructuur het niet geregeld hebben dat bij uitval er een uitwijkmogelijkheid is? 
 Het antwoord is simpel: De investeringen zijn meer dan twee maal zo hoog dan bij een enkelvoudige uitvoering. Als je dan de kansen berekent van uitval en tot de conclusie komt dat dit max. 1 x in de 25 jaar voorkomt, dan is er geen haast om deze investeringen te doen. En zeker niet in een markt waar de marges bijzonder krap zijn vanwege de stevige concurrentie. 
 Bij grote rekencentra zijn ze inmiddels al een stap verder en worden er complete bunkers gebouwd om de infrastructuur bij externe calamiteiten weerbaar te houden. Als daar de buurman in brand vliegt gebeurt er niets. 
 Waarom spreekt de minister dan nu uit dat de providers elkaar moeten gaan opzoeken? Eigenlijk alleen omdat mobiele telefonie en mobiel dataverkeer inmiddels commodity is geworden: naast gas, water, elektriciteit en internet is de mobiele telefoon niet meer weg te denken in onze huidige wereld en voor een groot deel ook nog slechts de enige vorm van telefonie binnen bedrijf en gezin. Uitval van de telefoon betekent niet dat je vanzelf sprekend terugvalt naar de telefoon met een draad, want die bestaat in veel gevallen niet meer. De telefonie via de kabels stelde destijds veel hogere eisen aan de installaties van providers, maar bleek ook erg duur. De kwaliteit van de installaties voor mobiele telefonie is alleen uitgebreid op capaciteit en kwalitatief opgezet toen mobiele telefonie nog een bijproduct was. En op de eisen van de moderne maatschappij zijn de providers nog niet ingespeeld. Door sterk te concurreren, op de kosten te letten door noodzakelijke voorzieningen niet te treffen en vooral markt te pikken door lage tarieven te hanteren, heeft de mobiele telefonie de vaste telefonie verdrongen. Maar de betrouwbaarheid van de infrastructuur blijkt dus de achilleshiel te zijn van het systeem, zoals bij vele geprivatiseerde bedrijven zoals pro-rail en Post.nl. 
 Bij mooi weer gaat alles perfect, maar gaat er iets fout, dan blijkt de kwetsbaarheid. Antwoord is vaak flinke investeringen, waardoor de prijzen weer omhoog gaan en het bij de telefonie wellicht weer te overwegen is om vaste telefoons te nemen. Nee, toch maar niet, want met de mobieltjes is ook het Nieuwe Werken mogelijk en dat willen we ook niet meer afgeven. 
 En zo blijkt dat je met een paar gerichte aanvallen in ons land, zonder al te veel inspanning het hele land kan platleggen. Met zo weinig toezicht mop infrastructuur is dit mogelijk, want: wat doet de Opta? Die bekommert zich over de onderlinge concurrentiepositie en het overzetten van telefoonnummers. Maar waar zijn ze om te waarborgen dat een inmiddels voor de maatschappij onmisbare infrastructuur blijft werken? Nergens! Het wordt tijd dat de minister zich daar zorgen over gaat maken. Ik ben echter bang dat dit teveel geld gaat kosten en de minister dit verder over laat aan de private markt, de providers, als ze beterschap beloven. Ik moet het nog zien. 
 Rinus Krijnen 
     
     
 ]]></description><pubDate>Thu, 05 Apr 2012 23:46:33 +0200</pubDate><category>ALGEMEEN</category></item><item><title>Verzuimreductie: het doel heiligt de middelen</title><link>http://iloapp.dongenhomespot.nl/blog/mijmeren?Home&amp;post=98</link><description><![CDATA[     

 Klik hier  om de mijmering te beluisteren  Afgelopen vrijdag was er een uitzending van het TV-programma
Zembla. Het onderwerp was ziekteverzuim en de rol van het bedrijf
VerzuimReductie. Ik heb een aantal jaren bij mijn werkgever Achmea geholpen de
processen rondom verzuim te ontwerpen, gebaseerd op de wettelijke kaders die er
zijn. Een belangrijk onderdeel van de verzuimregistratie is de splitsing van de
melding en het vervolgtraject van de verzuimbegeleiding. Het belangrijkste
onderscheid bij de melding is of het een medische of niet-medische oorzaak betreft
en/of het werkgerelateerd is. Bij niet-medische oorzaken worden in het
vervolgtraject arbeidsdeskundigen ingeschakeld en bij medische redenen een
bedrijfsarts. De medewerker hoeft bij zijn melding niet meer te vertellen over
de verzuimoorzaak dan deze minimale gegevens.  

Binnen bepaalde termijnen moeten in het verzuimproeces handelingen
worden verricht door de werkgever. De regels voor deze handelingen zijn
vastgelegd in de wet “poortwachter”. Een bedrijf kan er voor kiezen deze
handelingen uit te laten voeren door een verzuimdienst of dit zelf te doen;
bijv. wanneer een bedrijf een eigen bedrijfsarts in dienst heeft. De meeste
bedrijven besteden deze dienstverlening uit. Als bedrijven namelijk niet op
tijd de handelingen uitvoeren die “poortwachter” voorschrijft, kunnen ze grote
boetes krijgen. Verzuimbegeleiding is geen core business, dus uitbesteden maar.
Zo’n dienst kan in combinatie met een verzuimverzekering of als losse dienst
worden aangeschaft. De verzuimdienstverleners
lokken bedrijven door te beloven dat hun werkprocessen zo zijn ingericht, dat
het verzuimpercentage met sprongen lager wordt dan bij de concurrentie. En dat
scheelt geld, want de werkgevers moeten uit eigen zak een lange eigen risicoperiode
betalen. Voor een relatief laag bedrag kunnen werkgevers deze diensten inkopen.
Hoewel het maatschappelijk niet uit te leggen is dat dit dus gewoon handel is,
waar bovendien slecht aan wordt verdiend, schieten de
verzuimbegeleidingsdiensten als paddenstoelen uit de grond. Als je
medewerkerstevredenheid als een belangrijk speerpunt in je bedrijf vindt, is
het belangrijk een partner in verzuimbegeleiding te vinden, die overeenkomend
jouw ideeën de verzuimbegeleiding uitvoert. Als dit je niets kan schelen, kun
je VerzuimReductie inhuren.  

Naast de wet “poortwachter” moet het verzuimbedrijf zich ook
nog houden aan andere algemene spelregels. Zo heeft een verzuimbedrijf te maken
met de strenge regels rondom privacy en zelfs medische privacy, waarvoor nog
strengere regels gelden. Door aan de werkgever bijvoorbeeld niet te vertellen
welke medische trajecten een verzuimende medewerker ondergaat, kan de werkgever
ook geen conclusies uit de medische situatie trekken, zodat de werknemer nog
enigszins beschermd is. Een medisch verzuimdossier wordt geregisseerd door een
afgestudeerde bedrijfsarts, die het team van casebehandelaars tot een minimum
beperkt en zelf de volle verantwoordelijkheid heeft over de verspreiding van de
medische informatie. In principe deelt de bedrijfsarts deze informatie enkel met
de verzuimende medewerker, de eigen direct betrokken administratieve mensen of
–na toestemming van de zieke – de behandelende sector. Deze sector bestaat uit
de artsen en specialisten die de zieke behandelen.   

Zembla toonde aan dat het bedrijf VerzuimReductie zowel tegen
de medische als standaard privacyregels zondigde. De directeur is een soort
tweedehands autoverkoper, die op zijn CV slechts twee diploma’s heeft staan,
namelijk zwemdiploma A en B, naar eigen zeggen. De bedrijven die gebruik maken
van zijn dienstverlening zijn in de regel arbeidsintensieve bedrijven met
ongeschoold of laaggeschoold personeel.  
De methodes die VerzuimReductie gebruikt om het verzuim tot een minimum terug
te dringen zijn voor de zieke medewerker zonder meer stuitend. Om te beginnen
meldt de medewerker zich bij zijn baas ziek en krijgt van zijn baas te horen dit
ook te melden bij VerzuimReductie. In dat meldgesprek met VerzuimReductie
schroomt dit bedrijf zich niet het hemd van het lijf te vragen over de oorzaak
en reïntegratiekansen. Allerlei medische vragen worden gesteld en soms worden
daaruit ook direct conclusies getrokken. Volgens VerzuimReductie heeft de
werknemer toestemming gegeven om deze gegevens te vragen en op te slaan, maar
de werknemer heeft geen andere mogelijkheid. Zijn werkgever zou hem namelijk
kunnen betichten van niet meewerken aan terugkeer naar de werkvloer als hij
niet meewerkt. Alles wordt in een elektronisch dossier opgeslagen en vrijelijk
verspreid aan de werkgever als deze erom vraagt. De werknemer heeft toch
toestemming gegeven? Daarnaast krijgt de werknemer een schuldcomplex aangepraat
als hij niet zo snel mogelijk weer aan de gang gaat. Het gevolg is dat het
verzuimpercentage niet afneemt, maar juist toeneemt. Het bedrijf zegt zich wel
aan de regels te houden, maar uit de reportage van Zembla bleek uit niets dat de
medewerkers beschermd werden tegen ongeoorloofd gebruik van de verzuimgegevens.  

Hoe kan zo’n bedrijf jaren werken zonder dat er wordt
ingegrepen? Doordat er geen vergunningen meer nodig zijn om dergelijke
bedrijven te starten is de controle erop minimaal. 
Toen de toezichthoudende partijen door Zembla geconfronteerd werden met deze
praktijken waren ze unaniem in hun oordeel dat dit bedrijf veel en veel te ver
gaat en allerlei regels zwaar overtreedt en dat dit echt niet kan. Waarom wordt
zo’n misstand dan pas ontdekt door een TV-redactie? Het antwoord is simpel:
alles draait om geld. De werkgevers die met VerzuimReductie werken zijn alleen
bezig hun aandeelhouders tevreden te houden en vergeten dat hun werknemers hun
belangrijkste bedrijfskapitaal is. En daar komt nog bij dat onze regering alles
op dit gebied graag aan de markt over laat. Daardoor denkt de regering met de
wettelijke kaders de boel geregeld te hebben, maar door gebrek aan dure of
wegbezuinigde handhaving gaat dit goed fout. We zijn hard op weg een
bananenrepubliek te worden. Wanneer volgen de kamervragen na goed reactief
gebruik van onze politiek?   Rinus Krijnen           
 ]]></description><pubDate>Sun, 25 Mar 2012 10:48:05 +0200</pubDate><category>ALGEMEEN</category></item><item><title>Dongense Accommodaties in crisistijd</title><link>http://iloapp.dongenhomespot.nl/blog/mijmeren?Home&amp;post=97</link><description><![CDATA[     

 Klik hier  om de mijmering te beluisteren.  Op 1 april 2012 zou het nieuwe multifunctionele centrum aan
de Jan Mertenslaan geopend worden, werd begin 2010 nog geroepen door de
toenmalige verantwoordelijke wethouder Panis. En daarna is alles anders
geworden. Blijkbaar zag Dongen door de economische crisis de situatie zodanig
veranderen dat alle bestaande plannen op losse schroeven moesten. De geplande
locatie bleek ineens niet goed te zijn, omdat het te ver uit het centrum lag
–toch zeker maximaal 100 meter van de Hoge Ham-, de opzet was te groot, de
exploitatie was niet rond te krijgen en het multifunctionele werd ter discussie
gesteld. Eigenlijk bleek dat de ooit bedachte wisseltruc van wethouder
Velthoven om een centrumplan te realiseren ‘om niet’ mislukt was. Door het
doorschuiven van panden en bestemmingen zou de gemeente zowat gratis een mooi
multifunctioneel centrum kunnen krijgen. De spelbrekers werden de acties rond
de voormalige St. Josephkerk, de timing en de crisis. 
En toen waren we weer bij af. Wel werd er in het nieuwe beleid van het college
besloten dat alle verenigingen zelf maar moesten zien hoe ze hun huisvesting moesten
regelen en werden de huidige gemeentelijke accommodaties, waar veel
verenigingen en instellingen gehuisvest zijn te koop aangeboden.  
Als je het op de keper beschouwt blijven in de nieuwe plannen alleen de Poort
en de nieuwe multifunctionele accommodatie over. De Poort verliest haar
exclusieve recht om alleen voor jongeren activiteiten te organiseren en de
Cammeleur wordt gesloopt en vervangen door een compacte accommodatie. Daarbij
komt dat de opvolger van de Cammeleur dus compact moet zijn, maar wel onderdak
moet bieden aan de bibliotheek en daarnaast enkele multifunctionele ruimtes
krijgt.  

En wie zijn dan de gebruikers van die multifunctionele
ruimtes? Als ik naar de huidige bibliotheek kijk, zie ik eigenlijk geen reden
om die te verhuizen. Ruim opgezet, dicht bij de scholen en aan de rand van het
centrum. Mij lijkt dat met de verhuizing er in de nieuwe Cammeleur niet veel
plaats overblijft voor multifunctionele activiteiten. En wat nu met de
muziekschool (met de misleidende naam Kunstpodium) en Musis Sacrum? Die kunnen
daar niet bij, maar hun panden moeten wel afgestoten worden. Weg met het
muziekonderwijs en het weer aan huis doen, zoals vroeger of klassikaal in de
scholen? De cultuur zal verschralen en van een Kunstpodium is dan helemaal geen
sprake meer. En wat met Musis Sacrum die een ongedeeld gebouw gebruikt en zelf
exploiteert. Vanuit deze luxe rechtsongelijke positie zullen ze net als Aurora
bijvoorbeeld een onderkomen in de horeca moeten gaan zoeken.   

Want de horeca zal het gat moeten dichten wat er gaat
vallen. In lang vervlogen tijden hadden we nog een aantal patronaten en het Leo
XIII gebouw, maar van de katholieken moeten we het niet meer hebben in Dongen
en de gemeente vindt het niet haar taak haar –nog- florerende verenigingsleven
te koesteren. En een vereniging huisvesten met specifieke accommodatie-eisen is
haast niet te doen. Dan kwijnen ze weg in bedrijfspanden of particuliere
huisvesting met allerlei problemen rondom gebruikersvergunningen etc.   

De grootste misser in de jaren 80 bij het bouwen van de huidige
Cammeleur was de timing. Ook toen was er crisis en eigenlijk geen geld en
werden de plannen versoberd. Het gevolg was dat al gauw bleek dat het gebouw
nooit zou kunnen voldoen aan de verwachtingen. De benutting is altijd een drama
geweest. We hebben nu dezelfde situatie, of misschien wel erger dan toen. Ook
nu zullen we over een aantal jaren ons afvragen wat ons ooit bezielt heeft de
huidige beslissingen over het MFA te nemen. Door een gebruiker als de
bibliotheek op te nemen is weliswaar de deur vaker open, maar zijn de
multifunctionele mogelijkheden beperkt en de beschikbare overige ruimte gering.
Ik voorzie met het afstoten van de huidige accommodaties en de nieuwe plannen
een grote culturele vlucht naar de omliggende steden. Dat maakt Dongen een
minder aantrekkelijk dorp om je te huisvesten. 
En waarom de Cammeleur nu afbreken en twee jaar in de ellende zitten, terwijl de
omgeving van het centrum van Dongen zowat half gesloopt is en momenteel
weilanden kent. Op die weilanden kunnen binnenkort best wel schapen grazen,
want de grootse woningplannen die bedacht zijn komen ook daar voorlopig niet
tot ontwikkeling. Je zou ook daar een accommodatie kunnen plaatsen. Voor
woningbouw zal weinig interesse bestaan. Crisis, geen geld, geen renteaftrek en
een uiterst cultureel arm dorp als het zo doorgaat. Wie wil daar nu wonen?  

Onderstaand links naar gerelateerde mijmeringen uit het
verleden .    

Accommodaties in Dongen (21 november 2010)    Multifunctioneel gekrakeel (30 juni 2010)   Rinus Krijnen           
 ]]></description><pubDate>Sat, 17 Mar 2012 10:00:50 +0100</pubDate><category>Politiek</category></item><item><title>Nederland achter de dijken</title><link>http://iloapp.dongenhomespot.nl/blog/mijmeren?Home&amp;post=96</link><description><![CDATA[      Klik hier  om de mijmering te beluisteren.  Dongen ligt in het mooie Brabant. Brabant weer in Nederland
en Nederland weer in Europa en Europa weer in de wereld. Toch zijn er
belangrijke politieke stromingen in ons land, die dit niet willen zien. Roemer
en Wilders aan zowel de linker- als rechterzijde van het politieke spectrum
vinden elkaar op dit gebied. Zij willen de wereld overzichtelijk houden en
opknippen in autonome kleine landjes, waarvan Nederland er één is. Alle
bemoeienis van buitenaf is onoverzichtelijk en kan tegen ons werken. Bovendien
voelt een Dongenaar zich naast Dongenaar
misschien nog wel een Brabander, maar nog verder van zijn bed kunnen alleen nog
potsierlijke nationale oranje sportfestijnen zijn culturele horizon
verleggen. En dan moet hij in Dongen al
kiezen tussen een West-Brabander, gericht op Breda, of een Midden-Brabander en
dan richt hij zich op Tilburg. Dat is al moeilijk genoeg en brengt al de nodige
verdeeldheid mee.  
Europa is niks volgens de SP en PVV. Wie voelt zich nu Europeaan? Daarmee scharen
ze zich ook achter de antiglobalisten, waarbij de SP zich vooral richt tegen
het neo-liberaal effect van de globale economie en de PVV tegen elke vorm van
niet-Arische verschijningsvormen binnen de dijken van ons land. Het is
natuurlijk wel struisvogelpolitiek als je jezelf afkeert tegen onafwendbare
zaken. 
Globalisering is namelijk niet tegen te houden. Door de steeds sneller wordende
media ligt de hele wereld aan je voeten en alle pogingen om dit tegen te gaan
komen hoe langer hoe ridiculer over. Zo wil Brazilië “twitter” aanklagen, op
straffe van $250.000 per dag , om te voorkomen dat twittergebruikers
snelheidscontrolepunten aan elkaar doortweeten.   

Je landje achter de dijken terugtrekken en de stekker uit
internationale samenwerking en ontwikkeling trekken is pure ontkenning. In de
geschiedenis hebben we dit duizenden jaren geprobeerd, hetgeen alleen maar
leidde tot groot onbegrip en bloedvergieten. Op economisch terrein kan
globalisatie leiden dat de macht bij grote multinationals komt te liggen en
natuurlijk vervlakken culturele verschillen als iedereen overal zijn gang kan
gaan. 
Maar de oplossing is niet om jezelf terug te trekken, maar juist samen met
elkaar op te trekken om dit gevaar te keren. 
Als land heb je namelijk helemaal geen antwoord op de steeds machtiger
wordende multinationals. Je bent namelijk 100% afhankelijk van ze, zeker in een
land als Nederland, dat nauwelijks grondstoffen heeft en het vooral moet hebben
van handel. Handel doe je nooit alleen.  
En waarom je grenzen sluiten als over pakweg 20 jaar je land in een soort
bejaardencentrum veranderd is en eigenlijk volledig afhankelijk wordt van
derden. Van wie dan, als we de grenzen dicht gooien?  
Terug naar de gulden zegt Wilders; de euro is mislukt. Hij snapt er werkelijk
niets van. Geld is het smeermiddel in de handel en moet zeker niet een obstakel
zijn. In het guldentijdperk werkte ik o.a. bij de AMRO-bank. Daar zaten
specialisten die zich met valutahandel bezig hielden. Die zorgden ervoor dat
door speculatie op de valutamarkt bedrijven enorme winsten konden maken met
geld- en goederentransacties. Al die verschillende valuta zorgden er tevens
voor dat jij als toerist, vertrokken uit Nederland met ƒ1000,00 op zak, alleen
door het omwisselen in pakweg 4 landen, nog maar met ƒ600,00 thuis kwam en geen
idee had wat alles nu werkelijk had gekost. En al die winsten gingen vooral
niet naar de Nederlandse burger.   

Samenwerken op vele terreinen in Europa is een must om ook
als land te kunnen overleven. Door juist aan te schuiven kun je invloed blijven
uitoefenen op behoud van je eigen culturele waarden en normen en kun je
maatregelen en sancties uitvoeren om al te grote invloed van multinationals in
te dammen. Daarnaast verrijken alle van buiten komende invloeden onze cultuur,
zoals dat al vele eeuwen gebeurt . Nederland is te klein om zich op te sluiten
en zich van de wereld af te wenden. De wereld snapt ons niet meer: een ooit
uiterst liberaal land dat zo in zichzelf lijkt gekeerd, gevoed door populisten
die een ruim podium krijgen om hun abjecte theorieën te fulmineren. Wellicht
heeft Nederland last van een burn out?  Rinus Krijnen           
 ]]></description><pubDate>Sun, 11 Mar 2012 11:01:42 +0100</pubDate><category>Politiek</category></item><item><title>De nieuwe bijstandswet</title><link>http://iloapp.dongenhomespot.nl/blog/mijmeren?Home&amp;post=95</link><description><![CDATA[      Klik hier  om de mijmering te beluisteren.  

Solidariteitsbeginsel is het onzekere zekerder maken door
samen geld in een potje te doen en hier iemand een beroep op te laten doen als
er zich een situatie voordoet waarvoor dat geld is ingezameld. Eigenlijk het
principe van een gewone verzekering. Je betaalt periodiek een premie en als er
een onzeker voorval volgens de gehanteerde verzekeringsvoorwaarden plaatsvindt,
dan krijg je een uitkering. Daarmee maak je het mogelijk dat bij de eerste de
beste ramp je niet gelijk bankroet bent. Mensen hekelen verzekeringen vaak
omdat ze nooit een beroep erop hoeven doen. Wel premie betalen, niets vangen.
Als ze dieper nadenken begrijpen ze het wel of je ziet de dankbaarheid bij ze
als er dan wel een beroep op kan worden gedaan als er iets ergs gebeurt. Zeker
als de verzekeraar de schade naar genoegen afwikkelt merk je het bewustzijn dat
het gelukkig niet voor niets is geweest om al die jaren premie te hebben
betaald. Jarenlang werden we bedolven onder regelingen die ervoor zorgde dat
jij als individu redelijk onbekommerd je leven kon leiden. We betaalden premie
voor zorg, inkomensverlies, oudedagsvoorziening, naast individuele voorzieningen
voor schade aan derden en objecten. En niet te vergeten voor je leven, zodat je
alle verplichtingen kon nakomen en dus “schoon” de kist in kon gaan. Het gevolg
was dat onze zekerheidsstaat een dure grap is geworden. Met al deze
verzekeringen heeft een groot deel van ons inkomen al een vaste bestemming.
Vooral werkgevers worden verplicht gesteld hun medewerkers aan deze
voorzieningen deel te laten nemen en er ook een deel aan bij te dragen.
Personeel aannemen is daarom duur en schept ook hoe langer hoe meer
verplichtingen. Heb je geen werk meer voor ze, dan ben je verplicht mee te
werken aan herplaatsing van deze mensen elders; vallen ze door ziekte uit dan
moet je ze lang op eigen risico doorbetalen. Zolang de bomen tot de hemel
reiken is dit zekerheidsstelsel voor iedereen acceptabel, al geeft het weinig
prikkels om de individuele mens preventiemaatregelen te laten treffen. Maar de
economie krimpt en de orderportefeuille is niet voorspelbaar meer. Werkgevers
leven meer van dag tot dag en zien hun personeelsbestand hoe langer hoe meer
als een blok aan het been, al zijn ze er volledig van afhankelijk. Het gevolg
is dat vele bedrijven qua personeel zijn gaan inkrimpen om vervolgens per klus
losse krachten in te huren. Vroeger werden dat dagloners genoemd, tegenwoordig
ZZP-ers (Zelfstandigen zonder personeel). Als je echt een goede vakman bent of
zeer flexibel, dan kun je wel aan het werk blijven als ZZP-er. Maar ben je niet
zo bijzonder, dan wordt het tobben. Een groot verschil met het ZZP-er zijn is
ook dat je zelf moet zorgen dat je inkomen wordt beschermd. Tegen werkeloosheid
kun je jezelf niet eens verzekeren, maar wel voor je oude dag, aanvullende
zorgkosten en inkomensverlies door ongeval of ziekte. Hier is die
solidariteitsheffing nauwelijks meer van toepassing. Er wordt door de
verzekeraar vastgesteld wat voor risico jij loopt en individueel daarop een
premie berekend. Zonder het dempende solidariteitsbeginsel is dit een dure
grap. Het gevolg is dat de grootste groep van het steeds groter wordende leger
van ZZP-ers onverzekerd of ontoereikend verzekerd is. Het is vaak ondoenlijk
als je geen vast werk hebt om telkens terugkerende dure verplichtingen aan te
gaan.   

Dus als de economie nog verder krimpt, kan het zomaar
voorkomen dat er een enorme vlucht plaats vindt richting de bijstand. En waar
rechts Nederland de mogelijkheden tot individuele inkomensmaximalisatie als
ultiem doel stelt, propageren ze juist aan de onderzijde van de inkomens, een
solidariteitsbeginsel voor de bijstandsuitkeringen. Woon je in een huishouden
(één voordeur) waar twee mensen werken en twee mensen een uitkering hebben, dan
moeten alle inkomsten bij elkaar opgeteld worden en als dit inkomen voor vier
personen samen 4x de bijstandsnorm overschrijdt, dan worden de
bijstandsuitkeringen gekort tot maximaal 4x de bijstandsnorm. Kortom de
werkende leden van het huishouden zullen de overige leden moeten onderhouden.
Daarmee ontstaat een ingewikkelde situatie met veel bureaucratie en het
bevordert dat huishoudens uit elkaar getrokken worden. Want wat gebeurt er als
er een bijstandsuitkering is in het huishouden, en één van de leden krijgt
werk. Dan zou de uitkering ingetrokken moeten worden. Dat betekent dat de
overheid naast het individueel vastleggen van inkomensgegevens ook een
mechanisme moet vasthouden over de inkomenspositie van het gehele huishouden om
hier adequaat op in te kunnen grijpen. Dit is erg bureaucratisch en werkt
fraude in de hand. Mensen gaan wonen op spookadressen, om toch hun inkomen te
behouden en wie en vooral hoe gaat men dat controleren?  
En nu gaan we nog verder bezuinigen en zal de economie dus nog verder gaan
krimpen. Ruimte voor investeringen is er niet volgens ons kabinet. Dus er is
een zeer reële kans dat nog veel meer mensen gebruik zullen moeten maken van de
bijstand. En die nieuwe bijstandswet zal dan tot veel sociale onrust leiden en
zakken de bestedingen van de “gewone” man nog veel sneller als iedereen braaf
opgeeft hoe de feitelijke situatie is. Er wordt een potje gemaakt om de meest
schrijnende gevallen te repareren. Ik vrees dat met deze individuele
reparatieaanpak we de komende jaren - net als bij het asielbeleid - deze
schrijnende gevallen veel discussie in de media krijgen met als thema: waarom
zij wel en wij niet. Het gevolg is dat dan de reparatie in een individuele
situatie eigenlijk nooit gerechtvaardigd is, Dat wordt niets. 
Het Romeinse rijk was in vijftig jaar van florerend tot in volledig verval
geraakt. Ik durf te wedden dat onder leiding van dit kabinet wij dit sneller
kunnen. Zijn we nog ergens goed in.  

Rinus Krijnen           
 ]]></description><pubDate>Sun, 04 Mar 2012 13:09:21 +0100</pubDate><category>Politiek</category></item></channel>
</rss>
