MIJMEREN

Verlies en kans in DongenALGEMEEN

Posted by internetkrant Sun, April 07, 2019 18:09:37

Verlies en kans in Dongen

De EmTé heeft een tijd lang gebivakkeerd in het ruime vierkante winkelpand aan het Looiershof in Dongen. Het winkelpand heeft daarvoor ook andere huurders gehad zoals Super de Boer en ik dacht ook nog Edah. Op zich is er met de winkel niets mis. Het pand ligt centraal en er is weliswaar gratis parkeergelegenheid, maar dat houdt niet over. In de nabijheid zijn nog drie andere supermarkten gevestigd: de Albert Heijn, de Aldi en de Jumbo. De EmTé is verkocht aan Jumbo; de naam EmTé is daarom ook aan het verdwijnen.


Blog image

Lange tijd heeft men de schijn opgehouden dat de EmTé winkel vervangen zou worden door een Jumbo. Er hingen banners in de nabijheid van het pand om personeel te werven. Dat vond ik al vreemd. In de EmTé werkte toch al supermarktpersoneel? Maar wellicht waren de plannen met Jumbo als uithangbord een stuk ambitieuzer dan van de voormalige formule. Op 30 maart sloot de EmTé-winkel en de winkel zou omgebouwd worden om nog voor Pasen als Jumbo weer te worden heropend. Dat verbaasde mij eigenlijk ook al. Wat heeft het voor zin om een winkel te openen, waarvan er binnen loopafstand al een andere vestiging is? Concurrentie binnen hetzelfde concept zal niet aan de orde zijn, dus voor de klanten maakt het niets uit waar ze naartoe gaan.

De Jumbodirectie stelde zich wel op een erg laat moment ook deze vraag. Waarom? Met deze duidelijkheid over het antwoord en onduidelijkheid voor de gevolgen zijn vooral de personeelsleden de dupe. Of waren deze allemaal al ontslagen, omdat Jumbo nieuw personeel vroeg? Gezien het antwoord dat Jumbo op zoek gaat naar andere plaatsen of functies voor de voormalige EmTé- medewerkers binnen het concern, lijkt dit van niet.

Ik snapte eigenlijk al niets van de overweging om de EmTé te wijzigen in een Jumbo. Het feit alleen al dat men dit heeft overwogen, doet mij fronsen. Wellicht zit er een langjarig huurcontract op het pand, waardoor men met de rug tegen de muur stond. En heeft de verhuurder water bij de wijn gedaan, om het contract open te breken? Wie het weet kan het zeggen. Voorlopig staat er weer een grote winkel leeg in Dongen. Wellicht is het verstandiger om het pand te slopen en een heel andere meerlaagse woonbestemming terug te plaatsen, met wellicht winkels op de begane grond. Dongen is hard op zoek naar woonruimte in het centrum; misschien is dit een oplossing.

Nu we het toch over woonruimte hebben. Een ander probleem waar we in Dongen mee zitten is de huisvesting van arbeidsmigranten. Er ligt een plan om in het voormalige broederhuis tot wel 100 short-stay arbeidsmigranten te plaatsen. De bestemming van het pand laat een dergelijke invulling toe, zodat de politiek in principe niet kan ingrijpen. De buurt zit er echter niet op te wachten en is erg boos. Uit onmacht probeert men de gemeenteraad voor hun karretje te spannen, maar omdat er geen politieke middelen zijn om dit tegen te houden, kan het gemeentebestuur uitsluitend bemiddelen bij de uitvoering van deze huisvesting om overlast te beperken. Het doet een beetje denken aan de komst van het AZC destijds: enorme ophef en er was toen zelfs een bedreiging van de burgemeester. We hebben 8 jaar dit AZC gehad en er heeft eigenlijk niemand iets van gemerkt.

Arbeidsmigranten zitten hier om te werken voor ons, omdat we het werk in Nederland zelf niet kunnen of willen doen. Toevallig heb ik afgelopen maanden twee klussen in huis uitbesteed via een Nederlands bedrijf. In allebei de situaties werden er Poolse arbeidsmigranten ingezet om het werk bij mij thuis te komen doen. De ploeg van het eerste karwei was die ochtend om half vier vertrokken uit Meijel om op die dag twee klussen te doen. Ze zouden rond 12 uur bij ons zijn. Dat werd één uur. In het Engels werd ik door één van deze jongens gebeld dat het een uur later zou worden. De Poolse jongens kwamen om één uur en waren om 18:30 uur pas klaar om weer terug te gaan naar Meijel. De volgende dag hadden ze weer een klus in Rijsbergen. Ze hadden keurig gewerkt, maar ik schaamde me een beetje. Met reistijd erbij hebben deze jongens 16 uur gewerkt op één dag en dat waarschijnlijk zes dagen per week, en daar heb ik aan meegewerkt. Dat was mij van tevoren niet duidelijk gemaakt. Ze vonden dit persoonlijk overigens geen enkel probleem; hoe langer werken hoe meer verdienen. Ik begrijp wel dat Nederlanders dit niet willen doen.



Maar denk ik door, dan heeft die arbeidsmigrant helemaal geen tijd om rommel te maken, overlast te bezorgen of wat dan ook. Die is blij dat hij zijn bed ziet ‘s nachts. Een bed dat hij misschien wel parttime moet delen met een collega die nachtdienst draait en ’s nachts weg is. De slavernij is in 1863 afgeschaft, maar….

En nu stigmatiseren we de arbeidsmigranten, alsof het criminelen zijn. Inderdaad hebben ze geen beste naam, maar zijn we er als Nederlanders niet zelf schuldig aan dat dit zo ver is gekomen? We willen allemaal voor een dubbeltje op de eerste rang zitten, maar willen de uitvoerders van het vuile werk niet in onze nabijheid. We hokken ze op in vaak belabberde omstandigheden. En inderdaad, een grote concentratie van ontheemde mensen kan dan zeker leiden tot problemen, al zullen het slechts enkelingen zijn die werkelijk problemen veroorzaken. Als we nu een euro meer per uur betalen voor de arbeid van de arbeidsmigrant en zorgen dat deze mensen daardoor wat betere begeleiding krijgen, dan zullen de uitwassen waarschijnlijk wel uitblijven, zeker in een dorp als Dongen. Ook tolerantie heeft zijn prijs en zijn wij bereid die te betalen? Het antwoord weet ik helaas wel. Onze feodale genen blijven ons namelijk achtervolgen.

Blog image



Your mobile does not support playing flash video.

Ondemocratische VerkiezingenPolitiek

Posted by RINUS KRIJNEN Sun, March 24, 2019 14:55:02

Blog imageAls ik niet geweten had dat de verkiezingen afgelopen week ging om tot een nieuwe bezetting van de Provinciale Staten en de Waterschappen te komen, had ik gedacht dat het om de Tweede Kamer ging.

Zelden heb ik zo weinig voorbereid het stemlokaal betreden. Door het geweld van de landelijke politici waren de regionale belangenvertegenwoordigers nergens te zien: ja, op de regionale zenders, maar die knop is niet standaard op radio en TV.

Laten we beginnen met de Waterschappen. Vol trots wordt er altijd beweerd dat deze verkiezingen zowat al bestonden voordat het woord democratie werd uitgevonden. Waterschappen zijn georganiseerd rond de lopen van rivieren en overstijgen daarmee de grenzen van provincies. De nitwits die dit willen samenvoegen met de provincies weten niet waarover ze praten. In 1950 waren er nog 2600 waterschappen en nu nog 21. De rivieren zijn niet allemaal gedempt, maar men heeft besloten om niet elke sloot meer te voorzien van zijn eigen bestuur. Maar waar kiezen we voor? Pas vanaf 2004 doen ook politiek partijen mee en wordt er niet meer alleen gestemd op individuele personen. Wie dit verzonnen heeft is ook niet bij de les geweest. De individuele personen zullen zeker een verwantschap hebben met het onderwerp, maar een politieke partij? Ik neem aan dat rood, groen, paars en bruin allemaal droge voeten willen of voldoende water. Ik zie hier totaal geen politieke voedingsbodem. Door politiek hierin te betrekken wordt de kwaliteit van de afvaardiging ondergeschikt aan een politiek belang. Oh, by the way, het bestuur van de Waterschappen wordt deels niet democratisch bepaald, omdat leden vanuit belangengroepen direct in het algemeen bestuur worden geplaatst. Men zit politiek nogal in de maag met deze Waterschappen. Persoonlijk vind ik dat gezien de geografische afhankelijkheid de Waterschappen geen provinciale aangelegenheid is. Het gelijktijdig kiezen van Waterschap en Provinciale Staten suggereert een niet bestaande verbondenheid. Maar zouden we afzonderlijk moeten kiezen voor de Waterschappen dan stemde er helemaal geen mens.
We hebben een landelijk overheidsorgaan dat Rijkswaterstaat heet. Laat die de regie voeren over de resterende Waterschappen en laten we alstublieft deze technische uitvoeringsinstanties niet verder politiek gaan laden. Gewoon vertegenwoordigers en deskundigen benoemen. Dat politieke gedoe leidt tot niks.

Dat zie je dan ook bij de Provinciale Staten, waarvoor we ook moesten kiezen afgelopen week. In de Provinciale Staten zijn landelijke en provinciale partijen vertegenwoordigd. Die houden zich bezig met belangrijke zaken zoals het bewaken van het geld dat ze kregen bij het verkopen van de energiebedrijven. Maar het enige waarvoor ze echt bestaan is het kiezen van de Eerste Kamer. De onafhankelijke politieke partijen komen er bij de Provinciale Staten er meestal nogal bekaaid vanaf en mogen wellicht één zetel gaan bemensen in de Eerste Kamer. Dat betekent dat door de getrapte verkiezingen nu een soort tussenbalans wordt opgemaakt voor het beleid van de regering en de Tweede Kamer.

Gevolg is dat de protestpartijen hun kans schoon zien om roet in het kabinetsbeleid te gaan strooien.
De Eerste Kamer kan wetten tegenhouden of aannemen, maar niet wijzigen. Dan moet het terug naar de Tweede Kamer. Formeel was de Eerste Kamer ervoor om de gemeenschap te vrijwaren van onbehoorlijk beleid door niet-uitvoerbare wetten er proberen door te krijgen. Politiek zou hier verder niet bedreven worden. Maar in de praktijk ontwikkelt de Eerste Kamer zich zoals het model in de Verenigde Staten, waarbij de politieke verhoudingen in de Senaat bepalen of een wet doorgang vindt en de uitvoerbaarheid van de wet van ondergeschikt belang is. Als dan die Eerste Kamer zo direct invloed heeft op het beleid dan wil ik als kiezer ook direct kunnen kiezen. De omweg via de Provinciale Staten slaat nergens op en zorgt voor misvattingen. Als kiezer weet ik dat mijn provinciale stem effect heeft op het landelijk beleid, maar moet daarmee in het stemhokje het provinciaal belang wegcijferen als ik de regering wil afrekenen. En wie wil dat nu niet? Er zijn altijd redenen om het beleid te keren voor een deel van het electoraat. Ik vraag me af of ik de volgende keer gemotiveerd genoeg ben om aan deze poppenkast mee te willen doen.

Tijdens deze verkiezingen werd het Forum voor Demagogie (euh…) de grote winnaar als protestpartij.
De Uil van Minerva bereikt er volgens Maarten van Rossem alleen maar mee dat er eigenlijk een ruk naar links wordt gemaakt. De regering is nu afhankelijk van de steun van GroenLinks en PvdA in de Eerste Kamer. De niet-onderhandelbare principes over Europa, het klimaat en de arbeidsmigranten van het FvD en Wilders zorgen ervoor dat er geen samenwerking zal worden gezocht met deze protestpartijen. En zoals Maarten van Rossem al aangaf: “We hebben er weer een carnavalspartij bij”.

Blog image



Your mobile does not support playing flash video.