LIA VAN GOOL

LIA VAN GOOL

COLUMN VAN LIA VAN GOOL

Zij neemt de lezer mee in haar wereld van werkelijkheid en menselijkheid. Zij zal het zijn die de lezer een stuk vitamine voor het hart geeft en diezelfde lezer een blik gunt in het Dongense zoals Lia dat ziet. Gevarieerd en soms scherp ,maar altijd vanuit een positieve blik op de wereld van ons allen.

De redactie van deze krant wenst de lezer hierbij veel genoegen en leesplezier

Onze buurt

NOSTALGIEPosted by Lia van Gool Fri, March 02, 2018 21:26:16

Onze buurt

Wij wonen in een leuke buurt, al jarenlang. De bewoners van onze buurt vormen een gemêleerd gezelschap. Zo wonen er, onder meer, een fietsenmaker, een paar vrouwen die in de verpleging werken, een beroepsmilitair, een paar mensen die bij de politie werken, een kantklosser, een pedicure, een kunstenaar, een secretaresse die denkt dat ze ook stukjes kan schrijven, een paar gepensioneerden, een koster, een pedicure, een accountant en iemand met een eigen bedrijf.

In de loop der jaren veranderde er veel: mensen verhuisden, gingen uit elkaar of er overleden mensen uit de buurt. Aan de ene kant verjongde de buurt doordat er andere mensen kwamen wonen, aan de andere kant verouderde de buurt, omdat de oudere mensen er niet weg te branden zijn. Een mooie balans, toch?

In de begintijd hadden wij een echte buurtclub. Ik weet nog dat er, toen wij het huis aan het opknappen waren, iemand aan de deur kwam om te vragen of wij naar een bijeenkomst van de buurt wilden komen. Dat wilden wij wel. Er was toen een spelletjesavond in ’t Geertje, dat toen nog café was. Wat een leuk welkom in de buurt was dat. De buurtclub organiseerde ook regelmatig oudejaars- of nieuwjaarsbijeenkomsten, een barbecue of een fietstocht. Elk jaar kwamen wij als buren van ‘Buurtclub ’t Geertje’ wel een paar keer bij elkaar. En altijd was het gezellig.

Uit die begintijd komt wel een aantal herinneringen naar boven. Wij deelden lief en leed met elkaar. Als er nieuwe bewoners kwamen, ging er een afvaardiging van de oude bewoners naar toen met een bloemetje om de mensen welkom te heten in de buurt. Dat was wel leuk. En er zijn nog meer dingen. Een paar ervan heb ik hieronder opgeschreven.

Er woonde een oude mevrouw, wiens zus regelmatig overkwam uit Australië. Zus mocht, ook al kwam zij op bezoek, binnen niet roken. En dat wilde zij wel. Dus de Australische stond regelmatig buiten te roken. Als ik langskwam met onze toenmalige hond Boris, maakte zij altijd een praatje. Boris vond het geweldig! De Australische kwam een aantal jaren niet, maar plotseling was zij weer in onze buurt. Zij liep bij ons aan de overkant van de straat en riep naar Boris toen ik hem aan het uitlaten was. Ook al was het meer dan twee jaar geleden, Boris herkende de vrouw aan haar stem en haar accent. Hij liep heel blij kwispelend naar haar toen. Een weerzien van oude vrienden.

Ook was het leuk om met een buurmeisje onze Boris uit te gaan laten. Een paar keer per week kwam zij langs om mee te gaan. Na de wandeling ging Boris mee naar haar thuis om in de tuin te spelen. Niet langer dan 10 minuten, want dan wilde hij weer naar huis. Op een gegeven moment vroeg het meisje wanneer Boris jarig was en of ik dat dan vierde? Natuurlijk vier ik de verjaardag van Boris! Het meisje vroeg of zij met haar broertjes mocht komen en vertelde meteen dat zij graag aardbeientaart wilde. Aan mij de taak om dat te regelen. Op Boris zijn verjaardag kwam de moeder het meisje en haar broertjes brengen. Ik had gevraagd of de kinderen, ter gelegenheid van de hondenverjaardag, ook bleven eten. Ja graag! Moeder moest maar snel naar huis gaan. Na de taart werd er wat gespeeld met de hond en daarna volgden de voorbereidingen voor het eten. Frietjes met knakworst en appelmoes. De kinderen zaten te genieten. Hans en ik ook, trouwens. En weet je wat de kinderen het leukste vonden? Dat zij appelmoes kregen in een bakje! Ik heb er zelf een hekel aan om friet te eten, waar appelmoes op zit. Ik vind de frietjes dan niet lekker meer. Daarom doe ik de appelmoes voor mijzelf altijd in een apart bakje. Dat deed ik die dag ook automatisch voor de kindervisite. Thuisgekomen vertelden zij tegen hun moeder wat zij hadden gegeten: appelmoes in een bakje!!!


En die keer toen ik een uitnodiging had gestuurd voor een speciale verjaardag, naar een aantal buren. Het zoontje had die uitnodiging gezien en geloofde bijna niet dat ik al zó oud was. Hij zei dat tegen zijn moeder, die vond dat hij het tegen mij moest zeggen. Heel verlegen deed hij dat. Op de vraag of ik echt al zó oud werd, moest ik ja zeggen! En ik vroeg natuurlijk waarom? Toen kreeg ik een groot compliment van een jochie dat tussen de 10 en 12 jaar oud was! Hij dacht dat ik net zo oud was als zijn moeder! Moeder is bijna 10 jaar jonger dan ik! Mijn dag kon niet meer stuk en ik heb nog steeds een glimlach op mijn gezicht als ik aan dat moment terugdenk.

Terug naar het heden…….

Door de vele veranderingen in de buurt, veranderde ook de regelmaat van de activiteiten die georganiseerd werden. En op een gegeven moment werd er niets meer georganiseerd. Waarom? Gewoon, omdat het niet gebeurde. Maar ook zonder activiteiten bleef het een leuke buurt. Vorig jaar september, tegen de landelijke datum voor de Burendag, kregen wij een briefje in de bus of wij deel wilden nemen aan de barbecue op 23 september. Helaas konden wij die dag niet. Van degenen die op de Burendag waren, heb ik begrepen dat het een leuke dag is geweest. Op die dag was meteen het idee opgepakt om weer een nieuwjaarsbijeenkomst te houden en die was begin dit jaar.


Op deze avond hebben wij kennisgemaakt met de nieuwe mensen uit de buurt en dat bleken er best wel veel te zijn, tenminste, voor ons gevoel. Het grappige was, dat ik één van de buurmannen al een tijdje kende. Ik wist echter niet dat hij bij ons in de straat woonde. Ik kwam hem tegen op een avond toen ik Iwan uitliet. Pff, dat was even schrikken. Uit het niets kwam een jonge man, die eveneens schrok. Na de schrik konden wij erom lachen en Iwan wilde wel even aandacht van die leuke persoon (volgens Iwan). Vooruit dan maar. De man liep onze straat in. Ik dacht nog ‘woont hij bij ons in de buurt, ik ken hem niet?’ Want, in onze buurt ken ik eigenlijk bijna iedereen. Natuurlijk komt dat omdat ik zo vaak door de straat loop om de hond uit te laten. En eindelijk, na misschien wel een jaar, kwam ik er achter dat de jonge man, waar ik toen zo van schrok, gewoon bij ons in de straat woont. En, tijdens onze nieuwjaarsborrel, bleek dat wij elkaar al vaker tegen waren gekomen, op andere bijeenkomsten. Bovendien bleek die jongen de broer te zijn van onze gastvrouw die avond. Wat een toevalligheden in zo’n klein stukje straat.

Onze gastvrouw die avond was een jonge vrouw, die nog niet zo lang bij ons in de buurt woont. Eigenlijk wisten wij alleen haar voornaam. Maar dat veranderde tijdens onze buurt-nieuwjaarsborrel 2018. Wat een gezellige avond was het! Wat leuk om weer eens bij te kletsen met mensen die wij al een tijd niet gesproken hadden en wat leuk om te praten met degenen die wij nog niet kenden. Op die avond hebben wij ook onze buren leren kennen die ‘aan de andere kant van de fietsenwinkel wonen’. Zij wonen daar al zeker een jaar, maar wij hadden nog steeds niet officieel met elkaar kennisgemaakt. Waarom? Geen idee, maar het gebeurde gewoon. Ik wist wel de naam van hun hond!

Een jong stel, waar ik regelmatig een praatje meemaakte, is verhuisd naar een woning buiten Dongen. Zij hebben een geweldige boerderij gekocht met heel veel land er om heen. En zij willen in de toekomst een Bread en Breakfast beginnen. Gelukkig: onze buurtactiviteiten kunnen wij in ieder geval door laten gaan. Een speurtocht richting ’s-Hertogenbosch (met de fiets of de auto) en aansluitend een overnachting bij onze vroegere buurtbewoners. Lijkt mij een goed plan!

Het was weer een hele leuke avond, met alle buren, jong en oud, gezellig kletsend en lachend met elkaar. De gastvrouw was geweldig. Gelukkig krijgt deze bijeenkomst een vervolg. Iemand heeft al aangeboden om een volgende bijeenkomst te organiseren. Wij zijn er zeker weer bij.

En weet je wat ook nog zo leuk is aan onze buurt? Hoewel wij elkaar echt niet elke dag zien of spreken, kan iedereen bij elkaar terecht als het nodig is. In onze buurt helpen wij elkaar, dat is vanzelfsprekend!





  • Comments(0)//column.dongenhomespot.nl/#post40

‘Nou…..dat!’

REALITEITPosted by Lia van Gool Wed, January 17, 2018 20:47:50

‘Nou…..dat!’

‘Dit is illuminati, gooi planning, want ik ben skeer’. Geen idee waar ik het over heb, lezer? Nou ik zelf ook niet en ik twijfel of ik wel de juiste woorden in een goede volgorde heb gebruikt. Volgens een krant zijn ‘illuminati’ (als er iets gebeurt wat niet kan), ‘gooi planning’ (ik weet niet wat ik moet doen, ik verveel me) en ‘skeer’(als je blut bent) dé puberwoorden van 2017.

En dan zijn er nog andere woorden van het jaar 2017, zoals #metoo. Iedereen weet dan wél waar het over gaat. Genderneutraal, dat is ook zo’n woord dat ineens populair werd, vorig jaar. Maar, zo schrijft die krant over dit woord: je kunt niet alle woorden genderneutraal maken. Een mooi voorbeeld vond ik zelf: ‘kijk eens op iemands cv naar ‘nichtenfuncties’. Een geweldige uitvinding. Veel mooier dan genderneutraal! In de lijst van 2017 ook fipronil, aflosboete en formatielek. Daar kun je ook van alles bij bedenken. En weet je wat het leuke is? Aan het eind van dit jaar komt er weer zo’n lijst. Weer met allerlei leuke of minder leuke woorden die op de een of andere manier ineens in het nieuws waren.

Ik ben zelf in de loop van 2017 en aan het begin van 2018 ook een aantal leuke woorden tegengekomen. Ik heb ze gelezen, of ik heb ze gehoord in gesprekken of op radio en televisie. In een regionaal dagblad las ik vorig jaar het woord ‘sneven’. Ik had er echt nog nooit van gehoord, maar misschien ligt dat aan mij. Lang leve het internet, het woord maar even opgezocht. En het betekent: struikelen; sneuvelen, doodgaan, omkomen. Het jaar van herkomst is, volgens hetzelfde internet: 1285! Geweldig toch dat zo’n woord, ruim 700 jaar later nog bestaat en ook nog gebruikt wordt!

Een ander woord dat ik ook geweldig vond is contextualiseren. Die betekenis was iets moeilijker te vinden. Een echt duidelijke uitleg heb ik even niet. Degene die het gebruikte in een column op de radio had het woord echter vrij vertaald als ‘liegen’. Mooi gevonden!

In een boek dat ik las, kwam het woord ‘misogynie’ tegen. De betekenis van dat woord was wel te vinden op internet. Misogynie is een ander woord voor vrouwenhaat. Het komt van het Grieks misein (haten) en gyne (vrouw). En ik kreeg er nog een ander woord gratis bij: gynaecofobie of angst voor vrouwen (!). Wat is het toch leuk om met woorden te spelen.

Wat ik ook vaak hoorde afgelopen jaar is dat iemand in ‘zijn eigen bubbel’ leefde, of iets van die strekking. Betekenis: leven in een eigen wereldje. Dat heb ik zelf soms ook, maar dan zeg ik gewoon dat de wereld van mij is. Net zo duidelijk!

En dit moet ik ook even kwijt. Op mijn werk zat een collega een verhaal te vertellen. Het was best leuk om naar dat verhaal te luisteren en ik verwachtte nog een vervolg op het verhaal. Maar wat gebeurt? De collega stopt met het verhaal en zegt ‘nou dat!’ Ik was een beetje verbaasd, snapte er niks van. Later hoorde ik en las ik ook op verschillende plaatsen, dat mensen deze uitdrukking wel meer gebruiken tegenwoordig, aan het einde van een verhaal: ‘nou dat, dus’ of alleen ‘nou dat!’ Als ik mag kiezen, vind ik ‘nou dat!’ het leukste. Maar echt gebruiken, nee, dat is niks voor mij. Vooruit, deze ene keer dan wel. Aan het begin en aan het eind van dit verhaal. Nou…..dat!

Vanmorgen las ik nog in een artikeltje dat een gebouw ‘op een boomscheut’ van een ander gebouw stond. Wat een prachtig woordgebruik om te zeggen dat iets op een kleine afstand van iets anders staat of ligt!

Het lukte niet echt met deze column. Goed, ik had een aantal woorden, maar ik was zelf nog niet helemaal tevreden. Gelukkig kwamen vrienden mij te hulp, afgelopen zondag bij een leuke middag bij ons thuis. Ik vertelde over mijn column en een aantal woorden dat ik al had gebruikt. Zo kwam ook ‘contextualiseren’ weer naar voren. Ik kon de betekenis niet echt achterhalen. Een van onze vrienden wel. Die kwam met de volgende uitleg: ‘om het verleden te begrijpen, moet je kunnen contextualiseren’. Naar aanleiding daarvan kwam weer het woord ‘interpretabel’ en de intentie van de NS om de dames en heren die met de trein reizen voortaan aan te spreken met ‘beste reizigers’. Ik had die ochtend op Facebook een bericht gelezen dat iemand toch liever als ‘reizigster’ aangesproken wilde worden, omdat reizigers een mannelijk woord is. Weer hulp van mijn vrienden: één van hen vond het meervoud van zowel reiziger als reizigster op ‘het net’. En wat stond daar als meervoud voor beide woorden? Juist: ‘reizigers’…… De volgende dag heb ik toch nog gekeken naar het meervoud van reizigster en er blijkt dus een vrouwelijk meervoud te zijn, namelijk ‘reizigsters’. Zo raak je gemakkelijk de (reis-) weg mee. En, als je reist, neem je zelfrijzend bakmeel mee, of doe maar zelfreizend, dat is misschien nog leuker (een bijdrage van de vrienden op zondagmiddag).

Discussiërend en verder ‘ouwehoerend’…..kwamen we ook nog op het woord ‘escaleren’, dat, vrij vertaald, betekent dat iets uit de hand loopt. Bij mijn werkgever (nee, niet Piet van deze krant….) wordt het woord in een andere betekenis gebruikt. ‘Als je het ergens niet mee eens bent, dan escaleer je het maar naar mij toe’. Ik probeer al jarenlang uit te leggen dat dit niet het juiste woord is om in die zin te gebruiken, maar helaas, het lukt me echt niet.

Het laatste mooie woord dat ik nog gehoord heb, is ‘petitionaris’, voor iemand die een petitie indient. Geweldig toch?

En wat de moraal is van dit verhaal? Nou…..dat!

P.S. En de foto bij dit verhaal? Nou….dat!

Lia van Gool



  • Comments(5)//column.dongenhomespot.nl/#post39

Duur!

DONGENPosted by Lia van Gool Wed, December 27, 2017 16:17:44

Duur!

En zo was het ineens 21 december 2017, de dag voordat Hans zijn 75ste verjaardag zou gaan vieren. Na een bezoek aan de pedicure ging ik nog even ‘de straat in’, zoals mijn moeder vroeger wel eens zei. Die ‘straat’ was in dit geval de Hoge Ham. Ik had de route al in mijn hoofd, toen ik vanaf de Noorderlaan naar het centrum fietste.

De eerste halte was de Feestwinkel, een geweldige ontdekking, het eerste bezoek aan die winkel! Wat een leuke dingen hebben ze daar! Echt super. Ik ging helemaal blij naar buiten met een gigantisch bord met daarop de tekst ’75 jaar en nog steeds in de bloei van het leven’, een mooie verjaardagskaart, een rozet met daarop ook de tekst ‘75’ (of cijfers, zoals je wilt), nog een zakje vol met kleine cijfertjes in mooie metallic kleurtjes, die als tafelversiering konden dienen en een prachtige kaart met de tekst (raad eens)? Ja, natuurlijk 75! Hup, op de fiets naar de volgende bestemming, de Hema. Daar koffiepads gekocht (in de aanbieding!) en een klein cadeautje voor Hans. Omdat ik hem een zweefvliegtocht cadeau wilde doen, wilde ik een vliegtuigje voor hem kopen. De tocht met het zweefvliegtuig kan ik toch pas volgend jaar gaan reserveren. Ook bij de Hema ging ik helemaal blij naar buiten.

Even oversteken naar mijn volgende adres. Daar ging ik niet zo blij naar buiten. Ik wilde een vulling hebben voor mijn Waterman-vulpen, omdat ik het heerlijk vind om met een vulpen te schrijven en het bovendien prettig is voor mijn vingers. Na enig gezoek vond een medewerkster een doosje met Waterman-vullingen. Gelukkig! Op dat moment was ik nog blij. Die blijheid veranderde snel in verbazing. Eén medewerkster deed het doosje open, haalde er één vulling uit, die ik uiteindelijk kreeg. Ik moest er € 3,50 voor betalen! Voor één vulpenvulling! Ik vroeg nog of ik geen doosje kreeg. “Nee,” zei de medewerkster, “wij verkopen die per stuk.” En het doosje verdween in een la achter de toonbank. Ik prevelde nog dat ik het nogal duur vond, € 3,50 voor één vulpenvulling, maar, in de euforie van mijn andere aankopen en met mijn gedachten al bij de verjaardag van Hans, fietste ik toch maar naar huis. De vulling zorgvuldig opgeborgen in mijn portemonnee.

Onderweg bedacht ik, dat ik, als ik elke keer € 3,50 voor een vulpenvulling moest betalen, ik beter na een aantal keren een nieuwe pen kon kopen. En ik ging steeds harder fietsen door de Tramstraat. Thuis aangekomen borg ik eerst de spullen om voor Hans zijn verjaardag. Ik heb het tasje maar even aan de kapstok gehangen, onder een jas die ik die dag toch niet meer aan zou doen. Vol verontwaardiging vertelde ik het verhaal aan Hans. Hij moest er een beetje om lachen en vond eigenlijk dat ik maar stom had gedaan om die hoge prijs te accepteren. Dat vond ik op dat moment eigenlijk ook, maar goed, ik had het al gedaan.

Ik heb op internet gezocht en daar vond ik de Waterman-vullingen, te koop voor € 3,50, maar dan in een doosje met zes vullingen! Bingo! Het was dus niet zo gek, dat ik die éne vulling toch maar duur vond. Ik heb meteen de winkel aan de Hoge Ham gebeld. De vriendelijke man aan de telefoon moest erom lachen, dat de medewerkster één vulling had verkocht. “Wij verkopen balpenvullingen wel per stuk,” klonk het aan de andere kant van de lijn.” Ik vertelde dat het doosje in een la achter de toonbank was verdwenen. De man vroeg mijn naam en hij zou het doosje voor mij klaarleggen, zodat ik zés vullingen had voor € 3,50 in plaats van één. De volgende dag ben ik het doosje gaan halen. Het lag inderdaad op mij te wachten. De medewerkster die mij de vorige dag had geholpen reageerde en vond dat het nogal stom was wat zij had gedaan. Jammer genoeg (voor mij dan, maar wel prettig voor de winkelier) was het te druk om er verder op in te gaan. Maar ik was wéér helemaal blij. Voorlopig kan ik weer schrijven. En ik laat me nooit meer één vulpenvulling verkopen voor het bedrag van € 3,50, dat heb ik wel geleerd!


En de verjaardag van Hans? Die was geweldig, zowel de verjaardagsdag zelf als de dag van het feest op zaterdag.

Ik had het gigantische bord met ‘75’ op donderdagavond al opgehangen en ik was speciaal opgebleven, totdat Hans thuiskwam van de gemeenteraadsvergadering, want ik had een reactie van hem verwacht. Wat bleek? Hij had het bord helemaal niet gezien! Hij zag het pas vrijdagmorgen, toen hij de luxaflex opendeed. Ook Iwan zag het bord vrijdagochtend. En hij vond het helemaal niks. Hij blafte, blafte, en bleef blaffen tegen dat bord. En dat doet hij anders nooit!

Het bord, de rozet en de tafelversiering krijgen een tweede leven, of worden hergebruikt. Een vriend van ons wordt volgend jaar 75. En dat is mooi meegenomen. Zo zijn die spulletjes in ieder geval helemaal niet zo duur geweest!

Lia van Gool

  • Comments(2)//column.dongenhomespot.nl/#post38

Dag Tonny…..

REALITEITPosted by Lia van Gool Wed, December 06, 2017 21:09:01

Dag Tonny…..

‘Is er nog nieuws?’ Met die vraag belde Tonny vaak. Zomaar, even een praatje maken. En het antwoord was regelmatig ‘nee’, omdat ik gewoon geen nieuws had.

De laatste zondag van november 2017 kwam die vraag niet van Tonny. Toen stonden er twee mensen aan de deur, die ik niet verwacht had, maar die nieuws kwamen bréngen. Vreselijk nieuws…… Ik heb gegild, gehuild, maar het verschrikkelijke nieuws werd er niet minder om: Tonny had haar sprong voor de trein niet overleefd. Toen werd ik boos op haar, echt héél erg boos. Hoe vaak had zij niet verteld, dat zij vertraging had gehad, omdat er iemand voor de trein was gesprongen. Daar was zij dan weer boos over, omdat zij dan een paar uur later thuis was. En nu had zij het zelf gedaan. Ongelooflijk en onvoorstelbaar. Maar, aan de andere kant: wat een lef heeft die vriendin van mij gehad, om zomaar te springen. En, voor zover je iets positiefs aan het geheel kunt zien: gelukkig is zij op zondagochtend om kwart over acht gesprongen: toen zaten er gelukkig nog niet zoveel mensen in de trein. Maar het trieste blijft en ook blijft de vraag: WAAROM?????





Deze column is een ode aan Tonny, of misschien ook niet helemaal. Net als het verhaal dat ik voorgelezen heb tijdens de uitvaartdienst in de Laurentiuskerk op 2 december 2017, is het een soort warboel van herinneringen die naar boven zijn komen drijven.

We hebben heel wat meegemaakt met Tonny. Het grappige is, dat Hans haar eerder kende dan mij. Een aantal jaren geleden was Hans jurylid bij het wielrennen. Hij kwam dan ook regelmatig naar Dongen voor wedstrijden. En daar kwam hij Tonny tegen in De Posthoorn, die toen nog bestond. Daar heeft Hans haar wel eens gered van een lawine broodjes die naar haar toegegooid werden…..Tonny heeft dat verhaal nog vaak tegen Hans verteld. Wielrennen was wel één van haar grote liefdes. Zij heeft een tijd gehad dat zij elk weekeinde naar een wielerwedstrijd ging kijken. En wat vond zij het geweldig toen ik een keer samen met haar naar de Draai van de Kaai ging en dat wij toen een stuk van het parcours mee konden rijden in een jurywagen, omdat Hans toen jurylid was.

Van Gend & Loos was Tonny haar grote liefde. Zij werkte daar vanaf haar zestiende, in het begin in een loods aan de Spoorlaan in Tilburg. Wat had zij het daar naar haar zin. Uiteindelijk werd ‘Van Gend’ DHL en Tonny verhuisde met haar werk naar Roosendaal en vervolgens naar Arnhem. Elke dag ging zij met de trein op en neer. ‘Ik moet morgen vroeg op’, was dan ook een gevleugelde uitdrukking, voordat Tonny naar huis ging. Zij stond ook elke dag tussen halfvijf en vijf uur op om naar haar werk te reizen. Wat heb ik daar altijd bewondering voor gehad. En wat was Tonny boos, als zij vertraging had, omdat er weer eens ‘een aanrijding met een persoon’ was. Ironisch dat Tonny ervoor heeft gekozen om net dát te doen, waar zij zelf een hekel aan had als andere mensen het deden…....

Dat ‘Van Gend’ in haar bloed zat, kon je niet ontkennen. Dat bleek ook wel toen zij een reünie ging organiseren. Het was geweldig! Bijzonder was dat Tonny haar vijftigjarig jubileum zou kunnen vieren bij één werkgever. Daar keek zij naar uit. Helaas is dat niet meer gelukt.

Soms hadden we ook een tijd dat we Tonny niet zagen. Dan leek het alsof ze ons had ingeruild tegen andere vrienden en soms voelde dat ook zo. Maar Tonny kwam, gelukkig, altijd terug. Veelal op zondagmiddag, zo tegen een uur of vijf. Als wij dan de bel hoorden, zeiden wij al tegen elkaar ‘Dat is Tonny’. Zij kwam dan ‘gewoon even buurten’, deed haar jas uit als ze al op de bank zat, die bleef dan achter haar liggen. Vaak hield zij haar tas ook nog op haar schoot. Wij moesten daar soms best wel om lachen. Als zij kwam, hoefde zij vooral niet mee te eten, want zij had al gegeten, zei ze altijd. Als wij dan toch een bord voor haar neerzetten, at zij alles wat geserveerd werd op. En zij genoot er vreselijk van!

Zij genoot ook van onze Labrador Iwan. Hij daagde haar altijd uit als Tonny bij ons kwam. Als zij binnenkwam, zei ze steevast: ‘Ha Boris’. Iwan keek dan alsof hij water zag branden, voor zover honden dat kunnen. Maar gek was die begroeting niet, gezien het feit dat wij drie honden hebben gehad die wél Boris heetten. De laatste weken van haar leven was Tonny vaak bij ons. Iwan daagde haar in die tijd niet meer uit. Hij ging lekker met zijn hoofd op Tonny d’r voeten liggen en hij vond het geweldig als Tonny, hij en ik ’s avonds nog een rondje gingen lopen.

Tonny was een familiemens. Zij vond familie heel erg belangrijk, en dat kwam ook, omdat zij zelf enig kind was. Als er iemand jarig was in de familie Nooijens of de familie Quirijnen, was Tonny van de partij. Ook ging zij met veel plezier naar de etentjes die haar familie met Kerst organiseerde. En zij heeft jarenlang heel veel aandacht besteed aan ‘tante An’, zoals zij het altijd zei. Boodschappen doen, wassen, op bezoek in De Volckaert, bijna elk weekeinde propte Tonny dat soort zaken in haar toch al drukke dagen.

Tonny kon heel erg genieten van een glaasje bier of een rood wijntje. Van de zomer, toen zij bij ons was, heb ik nog een foto gemaakt van Tonny met een flesje wijn en een glas in haar hand. Deze foto staat bij dit verhaal. Omdat wij zo gelachen hebben toen ik deze foto maakte en op Facebook zette.

Ook genoot zij ervan als zij bezoek kreeg, zoals ook deze zomer, toen Petra, Jean-Marie, Mia, Hans en ik bij haar op bezoek kwamen. Wij hebben genoten die middag. Daarover schreef ik al eerder de column ‘De ballen van Hans en de doos van Tonny’. Met plezier kijk ik op die middag terug.

Aardig gevonden worden, dat is ook iets wat Tonny graag wilde. Zij was lid van heel veel organisaties, zoals de Stichting Wielerbelang Dongen, EHBO, Rode Kruis, Dongen Durft, Werkgroep AED, Gezelligheidskoor Dongens Levenslied, Kerst Inn, FNV en misschien nog wel meer. Zij vond het belangrijk dat iedereen haar aardig vond. Organiseerde daarom ook graag allerlei zaken. Het laatste evenement dat zij mee organiseerde was de burendag in De Vennen, in september dit jaar. Wat een mooie dag had moeten worden (en het in eerste instantie ook was), werd voor Tonny later een nachtmerrie. Zij kreeg tinnitus. Volgens haar was dat te wijten aan de harde muziek op de burendag. Dat dit niet zo was, kregen wij niet uit Tonny haar hoofd gepraat. Ook hielp het niet dat specialist en huisarts haar vertelden, dat de tinnitus daar niet door gekomen was. Een andere nachtmerrie was de MRI-scan, die gemaakt werd om te kijken of er geen beschadigingen aan haar oren waren. ‘RMI-scan’, zei ze als ze belde. En ik verbeterde haar een aantal keren, totdat ik vond dat het geen zin meer had. Door die scan zou haar geheugen verminderd zijn, want dat had zij op internet gelezen. Zij vertelde op een gegeven moment dat zij niet zo goed meer kon lopen. Daar heb ik niets van gemerkt tijdens de wandelingen met onze Iwan. Dat bepaalde zaken niet kwamen door de klachten die zij de laatste tijd had, kreeg je niet uit haar hoofd gepraat. Want, zo was Tonny nu eenmaal: als zij vond dat het zo was, wás het ook zo. Zij deed ook graag haar eigen zin. Zei vaak ja en deed nee. Dat is niet vervelend bedoeld. Heel veel mensen die haar gekend hebben, herkennen dit ongetwijfeld.

De laatste weken van Tonny’s leven was zij vaak bij ons en zij mailde en belde regelmatig. Op een mail die ik naar haar stuurde, kreeg ik als antwoord: ‘Dank je wel. Heb ik nodig. Ik ben best nerveus, maar volgens de bedrijfsarts is dat mijn aard. Ik heb hem uitgelegd omdat dat komt omdat ik geen broers en zussen heb, maar wel heel vele goede vrienden als jij en Hans bij wie ik terecht kan

Dat vond hij heel fijn voor mij….’ Toen ik deze mail nog eens las, bedacht ik ineens dat Tonny af en toe heel eenzaam is geweest, ondanks alle mensen die zij kenden en bij wie zij altijd terecht kon.

Een van de laatste keren dat zij bij ons had gegeten, omhelsde zij mij en bedankte zij mij toen ze naar huis ging. Zij had die avond alleen maar bij ons gegeten en wat gedronken, niks bijzonders. Ik vond het bijzonder dat Tonny mij omhelsde, want zij was niet zo van de lichamelijke contacten. Misschien was dat een teken van afscheid? Ik zal het nooit weten.

Vorige week zaterdag hebben wij Tonny begeleid op haar laatste reis. Na de dienst zijn Hans en ik, met nog een paar anderen, achter de rouwwagen aangereden naar de Vennen. Voor het huis van Tonny zijn wij gestopt en uitgestapt. Daar hebben wij een laatste groet aan Tonny gebracht. Wat een mooi moment. Daarna zijn Hans en ik achter de rouwwagen aangereden naar het crematorium in Tilburg. Toen de auto daar voor de deur stopte, zijn wij uitgestapt en hebben Tonny een échte laatste groet gebracht. Zo hebben wij onze belofte aan de moeder van Tonny, dat wij Tonny nooit alleen zouden laten en dat wij voor haar zouden zorgen, tot aan het laatste moment waargemaakt. Wat was dat een bijzonder moment!

En wat geweldig was het, dat er zoveel mensen in de kerk aanwezig waren en daarna tijdens het koffiedrinken in De Viersprong. Zo heeft Tonny een prachtig afscheid gehad. Als zij er zelf bij was geweest, had zij beslist hiervan genoten. Nu hebben wij een glas op haar geheven.

Tot slot: Tonny vertelde dat zij een paar keer ‘de trein voorbij had laten gaan’. Zij bedoelde de trein waarin kansen zaten op een relatie. Steeds was zij net te laat om in te stappen en bleef zij op het perron staan. Afgelopen zondag miste zij de trein niet. Had zij die trein maar gemist……..

Het leven van een bijzonder mens is geëindigd. Tonny was Tonny, uniek en onvervangbaar. Wat zullen wij haar gaan missen. Als op zondagmiddag rond vijf uur de bel gaat, zullen wij nog vaak aan haar denken. Dag Tonny. Wij vergeten je nooit meer!



Lia van Gool



  • Comments(12)//column.dongenhomespot.nl/#post37

Over een Italiaan, twee Belgen en vijf Nederlanders

REALITEITPosted by Lia van Gool Tue, October 24, 2017 21:34:40

Over een Italiaan, twee Belgen en vijf Nederlanders

Daar zaten wij dan. Niet aan de beloofde en gehoopte tweepersoonstafel, nee, aan een tafel met, inclusief onszelf, acht mensen! En niet in het restaurant dat ons beloofd was, maar een ander restaurant. Waar wij zaten? In restaurant Smeralda van cruiseschip de Costa Magica. Omdat het onze tiende cruise was en wij elkaar dit jaar vijfentwintig jaar kenden, had ik vooraf, met de Customer Service van Costa, een tweepersoonstafeltje kunnen regelen voor deze reis. Tenminste, dat dacht ik. Al op de eerste cruisedag, we hadden nog geen centimeter gevaren, werd mijn hoop de grond in geboord door een uiterst chagrijnige Maître D’ van de Costa Magica. Zijne Hoogheid hield Spreekuur en daar kon je je wensen doorgeven. Althans, dat was de bedoeling. Maar de Maître D’ dacht daar anders over. “Tweepersoonstafel, beloofd? Kan niet! Suites hebben voorrang. Tweede zitting? Misschien.” Daar ging ik, met mijn mail van de aardige Costa medewerker, waarin een tweepersoonstafel was beloofd, ongelezen door de Maître D’……


De eerste avond voor het diner zaten wij aan een tafel met een aantal mensen, die wij later nooit meer terug hebben gezien. Gelukkig maar, want wij konden ze ook niet verstaan. De taal die zij spraken leek op Duits, maar dat bleek het niet te zijn. Het waren Zwitsers. De man deed vooral zijn best om zich in ieder geval verstaanbaar te maken. Wij hebben wel gelachen, omdat wij elkaar niet konden verstaan. En toen was de avond gelukkig zo voorbij.

De tweede avond gingen wij, met een briefje dat aan onze wensen was voldaan, dus ook verwachtingsvol, naar het restaurant. Eerst waren wij te vroeg: de tweede zitting was pas om 21.00 uur. Goed, dan maar even wat gaan drinken, geen probleem. Rond de afgesproken tijd terug bij de ingang van het restaurant. En daar stond een rij, niet normaal! Wij keken elkaar aan en dachten ‘hoe laat zullen wij vandaag kunnen eten?’ Het was bijna half 10 toen de deuren eindelijk opengingen. Wij gaven ons kaartje aan de gérant, die ons naar de tafel begeleidde. Helaas, geen tweepersoonstafel, maar een achtpersoonstafel. Pfff….

Gelukkig viel het mee. Wij zaten aan tafel met drie andere Nederlanders, een Italiaan en twee Belgen. En het was best gezellig. De Nederlandse vrouw die het dichtst bij mij zat, bleek getrouwd met de Italiaan. Zij deed iets (of had iets gedaan) in de reclame en hij was anesthesist (geweest). Met een charmant Italiaans accent klonk zijn stem over tafel. Hij kende, na heel veel jaren in ons land, nog steeds niet al onze gewoontes. De andere Nederlandse vrouw bleek, zo hoorden wij een paar dagen later, lerares Spaans en haar man had iets in planten gedaan. Het andere stel was Belgisch. Zij felblond met mooie kleren en prachtige sieraden, hij een beetje grijzig en gewoon gekleed. Hij had de meeste praatjes. Wat zij deden hoorde ik die eerste avond nog niet.

De volgende avond waren wij weer met achten, daarna verdween het Nederlands-Italiaanse stel van onze tafel. Wij kwamen hen nog wel regelmatig tegen aan boord of als wij ergens aan land waren. Dan maakten wij weer een praatje. Grappig was het, als wij aan boord waren en wij zagen de twee een plaatsje zoeken aan het zwembad (het was nog prachtig weer). Wij hoorden de Italiaan overal praten, met zijn charmante accent. Het paar struinde het hele dek af, op zoek naar het ideale plekje, dat later toch maar niet gevonden kon worden. Of wij zaten ineens ’s middags tijdens de lunch bij hen aan tafel, in het zelfbedieningsrestaurant. Of nee, zij maakten plaats voor ons, want zij hadden al gegeten toen zij ons zagen lopen. Gelukkig, zij gingen weg en wij konden zitten, want het was gigantisch druk die dag, omdat wij de hele dag op zee waren.

De dagen verstreken, wij hebben geweldig mooie dingen gezien, excursies gemaakt en genoten. ’s Avonds gingen wij weer naar onze uitgedunde restauranttafel. De Belg vermaakte ons met zijn verhalen. Hij werkte bij de douane op een vliegveld en vertelde daar de meest wilde verhalen over. Ook kwam aan bod dat hij eigenlijk niet zo van leraressen hield en vooral niet van Spaanse leraressen. Onze tafelgenote grinnikte zachtjes. In eerste instantie vertelde zij niet, dat zij Spaanse les gaf. De Belg ‘verschoot’ toen hij het hoorde, maar kon er gelukkig wel om lachen. De Belgische dame bleek een frituur te hebben. Elke dag om vijf uur opende zij de deuren van de frituur om tot ’s avonds frieten te bakken voor haar klanten. En dat deed zij al jarenlang. Op een dag vierden de Belgen hun trouwdag. Zij deden dat in het specialiteitenrestaurant, met kreeft. Ook onze overgebleven Nederlandse tafelgenoten waren die dag niet aanwezig. En daar zaten wij dan, met z’n tweeën, dat dan weer wel, maar dan wel aan een grote, ongezellige achtpersoonstafel. Jammer. De volgende avond besloten wij zelf niet in het restaurant te gaan eten, maar naar de pizzeria aan boord te gaan. Dat was een verademing: de rust alleen al. Geweldig! Voor een pizza en een nagerecht moest je wel bijbetalen, maar de kosten waren te verwaarlozen, € 8,50 per persoon, voor een pizza naar keuze en een nagerechtje. Het smaakte heerlijk!

Tijdens onze hele reis hadden wij, naast het vaste gezelschap aan tafel, ook een vaste ober. Deze man kwam uit de Filippijnen, was 44 jaar en had vier kinderen. Zijn oudste zoon was zeventien jaar. Elk jaar had hij drie maanden vrij om naar huis te gaan. Die tijd had hij hard nodig, vertelde hij, om allerlei (administratieve) zaken te regelen in zijn thuisland. Hij vertelde ook over het overlijden van zijn ouders en werd tijdens dat verhaal zelf een beetje emotioneel. Maar, zoals het gaat voor de medewerkers aan boord van een cruiseschip, het werk gaat voor. En hup, daar ging onze ober weer, met een glimlach, aan het werk voor zijn gasten.

Opvallend tijdens een reis met een Costa-schip, is het amusement tijdens de diners. Je hoeft je niet te verbazen als je plotseling harde muziek hoort, als het licht extra hard gaat branden en als een aantal medewerkers van het restaurant plotseling gaat dansen. Ook is het heel normaal dat je, tijdens de gala-avond en het galadiner, met je servet gaat zwaaien. Op die gala-avonden wordt trouwens het personeel uit de keuken en het restaurant aan je voorgesteld. Zij maken, in een soort optocht, een rondje door het restaurant. Echt geweldig, eigenlijk!

De dagen verstreken, evenals onze avonden in het restaurant. Op een gegeven moment hebben wij zo lang zitten praten, dat de grote lichten aangingen en het personeel ons bijna wegkeek. Beschaamd keken wij op onze horloge, het was bijna elf uur ’s avonds. Dus het werd wel tijd om op te stappen. Wij hadden het, met ons zessen, echter zo gezellig, dat wij geen idee hadden dat het al zo laat was. De ‘plantenboer’ bleek een geweldige humor te hebben, op een speciale manier. De ‘Spaanse lerares’ straalde als zij vertelde over haar kinderen en kleinkinderen, de ‘Belg’ amuseerde ons allemaal met zijn verhalen, de ‘frietbakster’ verbaasde elke avond weer met andere sieraden. En wij? Wij hebben genoten. Meestal houden wij niet zo van gezelschap aan tafel tijdens onze diners op een cruiseschip. Dit jaar was het gezelschap echter heel gezellig en wij hebben ons goed vermaakt.

(Voor degenen die zich in dit verhaal herkennen: ik heb geprobeerd om mijn ervaringen zo neutraal mogelijk te vertellen, zonder iemand daarbij te willen kwetsen; naar mijn mening is dat dan ook niet gebeurd).


Lia van Gool



  • Comments(0)//column.dongenhomespot.nl/#post36

Digitaal

DONGENPosted by Lia van Gool Fri, October 06, 2017 16:26:12

Digitaal

Vorige week was het weer zover: de kinderen uit groep 7 en 8 van de basisscholen werden er weer op uit gestuurd om Kinderpostzegels te verkopen. Wij wonen aan de doorgaande route vanaf de Anspachschool, dus bij ons komt altijd wel een aantal kinderen aan de deur. Toen ik van mijn werk kwam zag ik een meisje bij ons uit de buurt lopen met de welbekende envelop, die kinderen meekrijgen voor de verkoop van zegels en kaarten. Zij zwaaide naar mij en ik dacht ‘zij komt straks vast bij ons aan de deur en dan koop ik iets van haar’. Ons huis was populair bij een groot aantal kinderen. Die heb ik weggestuurd, met de mededeling ‘dat ik op een ander kindje wachtte’. Daar ging de bel weer en ik dacht dat het het buurmeisje was dat ik verwachtte. Maar nee, er stond een jongetje aan de deur. Blond, blauwe ogen en hij had iets vaags bekends. Ik stuurde hem weg met de opmerking dat ik op iemand anders wachtte. Hij mompelde ‘maakt niet uit’ en verdween. Daarna begon ik te twijfelen: kende ik die jongen niet? Woont hij niet bij ons in de buurt?........ Twijfel, twijfel, twijfel, maar ik kwam er niet achter.


Een uurtje later ging de bel weer. En ja hoor, daar was ze! Het meisje waar ik de hele middag al op zat te wachten. Zij kwam binnen, haalde Iwan even aan en ging aan tafel zitten. Eerst even kijken naar de envelop, waar alle afbeeldingen van de kaarten op staan, al jaren. Volgens mij was het al zo toen ík nog op de lagere school (nu basisschool) zat! En dat is toch echt al een hele tijd geleden. Ik maakte een keuze en buurmeisje vulde heel nauwkeurig het formuliertje in. Een formulier in drievoud, voor de administratie. Eén exemplaar van dat formuliertje mocht ik houden! Tijdens het gesprek met mijn buurmeisje, besefte ik plotseling wie het jongetje was dat ik weggestuurd had: het broertje van het meisje dat nu bij mij aan tafel zat! Ik vroeg het haar en zei vertelde dat het inderdaad haar broertje was, die tegen haar gezegd had dat ik ‘alleen maar van haar postzegels wilde kopen’. O, hoe heb ik dat nu kunnen doen, dacht ik. Wat vervelend. Tegen buurtmeisje gezegd dat zij haar broertje nog langs mocht sturen. Ik zou dan ook van hem nog wat kopen. En, met de nodige snoepjes (ook voor haar broertje en vriendinnetje) verdween het buurmeisje. Dat zij de boodschap aan haar broertje had doorgegeven, bleek een half uurtje later, toen de jongen aan de deur stond. Ik heb maar even mijn excuses gemaakt, gezegd dat ik hem niet meer herkende (vroeger had de jongen blond krullend haar, een beetje lang, nu had hij een mooi jongenskapsel [of mag ik dat niet meer zeggen met de discussie over gender-neutraalheid?). Excuses aanvaard, gelukkig.

In tegenstelling tot zijn zusje, had de buurjongen een tablet bij zich. Alsof het de normaalste zaak van de wereld was (en dat was het voor hem waarschijnlijk ook), vulde hij digitaal het formulier in. Een fluitje van een cent en eigenlijk ging dat nog sneller dan het met de hand invullen van het drievoudige formuliertje. Toen de buurjongen naar huis ging, vroeg ik hem of hij de tablet van school had meegekregen? Nee hoor, kwam het antwoord, die is van mijzelf. Wij konden op school kiezen wat wij wilden. Mijn zusje wilde graag de formuliertjes invullen met de hand. Ik schrijf niet zo mooi, dus ik vond dit fijner. Ook wilde mijn zusje graag de ruimte op haar tablet gebruiken voor spelletjes.

Ik was verbaasd. Zelfs de verkoop van de oude vertrouwde Kinderpostzegels gaat voortaan digitaal. Ik word oud……een half uurtje nadat de buurjongen bij mij weg was, had ik al een bevestiging per mail van mijn bestelling. Welkom in de digitale wereld!

Diezelfde avond was ik op een verjaardag. Een oom van mij werd 70 jaar en dat moest gevierd worden, natuurlijk. Ook daar weer een voorbeeld van digitalisering, of hoe je dat dan ook wil noemen. De gemiddelde leeftijd van de visite lag echt wel boven de 60, misschien zelfs een beetje hoger (!). Op een gegeven moment dacht ik, wat zie ik toch allemaal flitsen om me heen, ik hoorde geluiden die niet in de gesprekken paste. Wat denk je? Daar zaten al die ‘oude mensen’, met hun mobiele telefoon. In plaats van ouderwetse mapjes met daarin foto’s van hun kleinkinderen, lieten zij nu die foto’s zien op hun mobieltje en soms waren er ook filmpjes te zien.

Soms denk ik dat, als mijn ouders nog geleefd zouden hebben (of, als dat zou kunnen, zij eens even terugkwamen naar deze wereld) zij de wereld niet meer zouden herkennen. Digitaal Kinderpostzegels verkopen, foto’s op een mobiele telefoon!

Lia van Gool





  • Comments(0)//column.dongenhomespot.nl/#post35

Genieten van het leven!

REALITEITPosted by Lia van Gool Thu, September 21, 2017 19:27:39

Genieten van het leven!

En dan is het ineens zover! De dag dat Hans en ik elkaar 25 jaar kennen. Voor ons een echte mijlpaal, die we samen op een bescheiden manier gevierd hebben. Als je zo terugkijkt, wat gebeurt er dan veel in 25 jaar! Leuke dingen, maar ook minder leuke dingen. Daarover later meer. Ik begin bij het begin.

Het was zondag 16 augustus 1992 in Dongen. Een mooie, zonnige dag. Op deze dag werd de Ronde van Dongen verreden, in het centrum van Dongen. Speciaal voor deze dag had ik een kleurige rok met een zwart shirtje en een zwart vest met gekleurde randen aangetrokken. Ik weet het nog als de dag van gisteren! Het was een vreemde dag, op allerlei fronten, toen ik uiteindelijk mijn vriendin vond, die op die dag EHBO’er was. Samen liepen wij de naar finish, tegenover Staadegaard, toen nog in de Gerardus Majellastraat. Wij stonden tegenover de jurybus. Het deed me allemaal niet zoveel, die drukdoende mannen, die deden alsof zij met heel interessante dingen bezig waren. Dat juist één van díe mannen mijn huidige echtgenoot is, daar had ik totaal geen benul van. Na zijn drukke werkzaamheden, ging hij, met zijn collega-juryleden, naar Aurora. Hij vroeg of mijn vriendin en ik meegingen. En ik dacht dat hij een oogje had op mijn vriendin. Zij hadden elkaar al eerder ontmoet, bleek al snel. Oké, daar zaten we dan op een barkruk bij Aurora. De jury kreeg te eten, wij natuurlijk niet. Het duurde naar mijn gevoel eeuwen voordat Hans weer terugkwam. We hebben wat gedronken, zijn bij Alanya nog wat gaan eten (vriendin en ik) en gingen daarna op zoek naar mijn auto. Boven op het dak van de natgeregende auto schreef ik op een papiertje mijn telefoonnummer. Want Hans had geen oogje op mijn vriendin, maar hij wilde contact met mij blijven houden. En zo gebeurde.

Onze eerste afspraak was op een zomeravond bij De Efteling en daarna dronken wij wat in d’Ouwe Sok. Grappig was dat daar, op die avond, één van degenen waar wij nu dicht bij in de buurt wonen, van dronkenschap over de vloer kroop. Geweldig om daar nu aan terug te denken.

Ik ga echt geen verslag in detail schrijven van de 25 jaar die onze relatie duurt, dat wil echt niemand lezen! Misschien wil ook niemand deze column lezen, maar dat neem ik wel voor lief.

Na drie jaar zijn wij samen gaan wonen, in het huis waar wij nu nog steeds wonen. Jammer genoeg heeft mijn moeder dit huis niet meer gezien, omdat zij overleden is, ongeveer een half jaar nadat Hans en ik elkaar hebben leren kennen. En mijn vader overleed ongeveer een jaar nadat wij in het huis gingen wonen. Hij heeft heel veel werk verricht in het huis en hij kwam ook graag bij ons koffiedrinken of even snel iets eten. En daarna volgde nog meer onheil, het hartinfarct van Hans, de geboorte van onze tweeling-kleindochters, die niet vlekkeloos verliep, de ziekte en het overlijden van mijn zwager……de drie zussen van Hans die in korte tijd allemaal overleden, de ziekte en het overlijden van één van Hans zijn neven…..het onheil bleef op ons pad komen. Gelukkig bleven en blijven wij overeind, ondanks alle pech die met regelmaat op ons af komt. Mensen zijn sterk en veerkrachtig, blijkt elke keer weer. En er zijn, gelukkig, zoveel mooie momenten om van te genieten!

De eerste cruise die wij maakten: een superreis! Onze huwelijksdag, een geweldig leuke dag met veel leuke mensen om ons heen. Het huwelijk van mijn lieve stiefdochter, die trouwde met haar grote (vrouwelijke) liefde: wat een bijzondere gebeurtenis was dat huwelijk! Opvallend is het aantal sieraden dat ik in de loop der jaren verzameld heb. Een uit de hand gelopen hobby? Misschien, maar ik ben er wel erg blij mee. En ik ben steeds opnieuw blij als er weer een bijzonder stuk aan mijn collectie wordt toegevoegd (zie foto).

Wie ik niet mag vergeten, zijn de vrienden die wij in de loop der jaren zijn tegengekomen: sommige mensen verdwenen zachtjes en geleidelijk weer uit ons leven. Anderen bleven en zullen ook blijven. Wat is het fijn om zo’n grote kring mensen om je heen te hebben van mensen die om je geven. Mensen die er voor je zijn als je ze nodig hebt, mensen voor wie wij er kunnen zijn als zíj ons nodig hebben. Er zijn heerlijke avonden geweest, met geweldige feesten, leuke mensen, drankjes, hapjes, eten, alles wat je nodig hebt of nodig denkt te hebben om het leven aangenaam te maken. Sommige dingen vergeet je nooit meer.

Zoals de keer, dat wij elkaar nog niet zo lang kenden en wij lekker uit waren geweest in Tilburg. Thuisgekomen wilde ik de auto niet uit. Het heeft Hans heel wat overredingskracht gekost om mij naar binnen te krijgen. Tot overmaat van ramp deed hij, toen hij de hond had uitgelaten, overal het licht aan, zodat mijn ouders wakker werden. Geen goede start, maar uiteindelijk is het wel goed gekomen!

En dan denk ik weer aan alle onze heerlijke weekenden in Huijbergen met mijn vader. Wat hebben we daar genoten! En de prachtige reis naar Ierland, met mijn vader en ‘father Wezel’. Geweldig!

Of die keer dat Hans net een andere auto had. Weer naar Tilburg. Na een hele gezellige avond, ging vriendin dronken mee naar huis. Bijna bij Charlotte Oord moest zij overgeven. Helaas lukte het niet om de auto tijdig te stoppen. De troep die er toen in de auto lag…..pfff, dat wil je niet weten. Wat wel leuk was: de reactie van vriendin. Zij stond te stampen op de weg, gooide haar tasje in de bosjes, durfde bijna niet naar huis en wilde niet dat iemand het verhaal te horen kreeg. Wat schetst onze verbazing, toen wij op een verjaardag waren en het hele verhaal over haar dronkenschap daar hoorden!

De vakantie in Mallorca, omdat het hier zo’n slecht weer was. Wat denk je? Op Mallorca was het kouder dan het in jaren was geweest. Het hotel waar wij logeerden, werd verbouwd, dus wij rekenden niet op een warme hotelkamer. Gelukkig voor ons logeerden er veel Spanjaarden in het hotel. En als Spanjaarden ergens niet van houden, is het van kou! Toen wij na een uitstapje terugkeerden in het hotel was de verwarming aangesloten. Dat was echt genieten. Dat wij op de laatste dag van onze vakantie niet naar buiten konden, omdat het de héle dag regende, hebben wij uiteindelijk maar voor lief genomen.

Zo kan ik door blijven gaan! Nog twee dingen.

Hans en ik hadden het huis gekocht, waar wij nu nog wonen. Ik had een vergadering, en vertelde dat ik naar huis moest, omdat ik bezig was met verhuizen. Gevraagd werd, waar ik ging wonen. Toen ik dat zei, kreeg ik de reactie: “Maar er komt een Rotterdammer in dat huis wonen!” Ja, met die Rotterdammer ging ik samenwonen. En met die Rotterdammer woon ik nog steeds in hetzelfde huis! Hoewel Hans redelijk is ingeburgerd, blijft hij tóch een Rotterdammer!

Toen Hans nog niet zo lang in Dongen woonde, liepen wij in de Tramstraat. Wij hoorden twee (oudere) dames praten. De ene vertelde tegen de andere dat zij ergens ‘nie nooi gewoond’ had. Hans wist niet wat hij hoorde. Leg dat maar eens uit. Wij liepen verder, door de Tramstraat, over het Looiersplein en Hoge Ham naar huis. Onderwerp van gesprek ‘nie nooi’. Het heeft mij heel wat overredingskracht gekost om uit te leggen dat deze uitdrukking graag betekende!

En zo kabbelt het leven door. Met heel veel leuke dagen en ook heel veel minder leuke dagen. Maar over het algemeen is het leven leuk en goed! Wij genieten van elkaar en van de mensen in onze omgeving. Zo hebben wij pas weer een prachtige reis gemaakt naar de Noorse Fjorden, daarover later meer.

Het moment dat Hans en ik elkaar vijftig jaar kennen, zullen we waarschijnlijk niet samen meer meemaken…..Dat neemt niet weg dat wij blijven genieten, van het leven en van elkaar. Proost!!

Lia van Gool , september 2017

  • Comments(2)//column.dongenhomespot.nl/#post34

Helikopter-mieren, invasieve exoten, mogelijkmaker en andere woorden in de komkommertijd

DONGENPosted by Lia van Gool Sun, July 16, 2017 19:33:06

Helikopter-mieren, invasieve exoten, mogelijkmaker en andere woorden in de komkommertijd

Deze column schrijf ik in de komkommertijd. Voor de zekerheid heb ik even opgezocht wat het eigenlijk betekent, komkommertijd. Nou, als je zoekt op Google, vind je heel wat omschrijvingen. Ik heb voor onderstaande omschrijving gekozen. En omdat het komkommertijd is, heb ik de column deze keer extra lang gemaakt, zodat je in ieder geval nog iets te lezen hebt in deze tijd.




Komkommertijd is een aanduiding voor de rustige zomerperiode, waarin er weinig nieuws en weinig handel is.


Het woord wordt tegenwoordig vooral gebezigd in de media (zoals Dongen Homespot), die er bovendien inhoud aan geven door berichten te brengen die buiten de komkommertijd geen nieuwswaarde zouden hebben. Het komkommerseizoen was voorheen altijd in de zomer – voor de kwekers een drukke tijd, maar in veel andere vakgebieden was er dan juist niets te doen. Omdat die seizoenen samenvielen, werd komkommertijd meer en meer geassocieerd met het gebrek aan nieuws en activiteiten.

Waar het woord komkommertijd precies vandaan komt, is niet helemaal zeker. Volgens sommige bronnen is het een leenvertaling van het Engelse cucumber time, dat vroeger in de zomermaanden door kleermakers werd gebruikt. Maar dat is later vervangen door het inmiddels ook weer verdwenen taylor's holiday, en niemand kent nog het woord cucumber time. Etymologen achten het inmiddels waarschijnlijker dat komkommertijd is gevormd naar voorbeeld van het Duitse Sauregurkenzeit, een woord uit de 18e eeuw. De oudste vindplaats in het Nederlands is (vooralsnog) uit 1787. Vanaf halverwege de negentiende eeuw wordt het woord volop gebruikt; zo had Multatuli het over "in 't hartje van den komkommertyd".


In 1845 werd er in de Vlissingsche courant in een artikel over "Politieke komkommertijd" het volgende over gezegd:


"Komkommertijd is, gelijk uit den aard der zaak volgt, de tijd, waarop deze vrucht wast en rijp wordt; doch dit woord heeft ook eene andere beteekenis, waarbij wij thans een oogenblik willen stilstaan. Men noemt komkommertijd, ook het bepaald, ieder jaar terugkeerend tijdstip, waarin in het een of ander vak van handel, bedrijf of nering minder drukte, minder vertier heerscht, dan gewoonlijk. Bijna iedere handelstak, schier elke betrekking in de maatschappij heeft haren komkommertijd, een tijd, dat deze of gene handelswaren, of voortbrengselen van nijverheid om verschillende redenen minder verbruikt, in minder getale omgezet worden, dan gewoonlijk. (...) Zoo heeft ook de politieke wereld haren komkommertijd; en dit is in ons Vaderland de tijd, waarop de Leden der Staten-Generaal niet zijn vergaderd, en er dus weinig leven in de Staats-brouwerij is."


Als je deze column leest, doe dat dan met bovenstaande omschrijving van komkommertijd in je gedachten. Ik heb er een eigen draai aan gegeven, door woorden te gebruiken, die ik de afgelopen tijd ben tegengekomen en die mij opgevallen zijn. Woorden, die ik in de ‘normale tijd’ misschien niet zou gebruiken (vraag me niet waarom niet?), maar die ik wel vind passen in de komkommertijd.

Het gebeurt zo weleens, dat je op een feestje zit, en dat je een beetje ‘slap aan het ouwehoeren’ bent. Zo gebeurde het bij mij ook. Ik was op een feestje bij een vriendin, op een warme zomeravond. De locatie was landelijk te noemen, het was even zoeken, maar uiteindelijk vonden wij het. Een grote boerderij, midden in de landerijen, maar eigenlijk toch op een steenworp afstand van Dongen. Het feest was, vanwege het warme weer, buiten. Robuuste houten banken en stoelen en even robuuste houten tafels. Op het moment dat wij aankwamen, had al een groot aantal feestgangers de locatie weten te vinden. De kopjes voor de koffie stonden klaar en ook de schoteltjes voor het gebak. Er werd al volop gegeten en gedronken. De jarige vriendin zat te midden van haar gasten, maar zij kwam natuurlijk omhoog toen wij haar kwamen feliciteren. Tegelijkertijd met ons kwamen ook de vrienden ‘helemaal uit België’ aan. Een andere vriendin, die op de fiets was, zat al op ons te wachten. Na de felicitaties zochten wij een plaatsje. Met ons vijven zijn we bij elkaar gaan zitten. Wel even wennen, zitten op zo’n bank. De vriendin uit België liep nogal moeilijk. En natuurlijk, zij had weer wat meegemaakt! Wat blijkt, ’s middags had zij een poging gedaan om een nieuw paspoort te gaan halen. En dat mislukte gruwelijk. Want, op zoek naar mooie mannen (misschien de burgemeester van de stad waar zij was?) struikelde onze Belgische vriendin en viel languit op de kasseien. Helaas met een lelijke blessure aan knie en enkel. De pijn was van haar gezicht af te lezen, maar dat mocht de pret niet drukken.

Op een gegeven moment kwam het gesprek op mieren. Je weet wel, die kleine, ijverige beestjes die vooral in de zomer te zien zijn. Vriendinnen hadden er last van. Bij ons thuis is nog geen mier te vinden geweest. Maar ook in de kranten (komkommertijd of misschien juister: mierentijd) was te lezen dat er overal veel mieren zaten en dat er ook vliegende mieren te zien waren. Van het een kwam het ander. Wij zagen ze op een gegeven moment (en nee, deze keer kwam het niet door de wijn), ‘vliegen’: de mieren dan. Van vliegende mieren kwamen wij op helikopter-mieren. Om daarop meteen maar aan te geven, dat er geen helikopter-mieren bestaan. Ook goed. Voor ons bestonden deze mieren die avond wel. Wij hebben er hartelijk om gelachen, en ik wist meteen dat ik dat woord zou gaan gebruiken in een column. Deze dus. Wat ik grappig vind is, dat ik, zoekend op het wereldwijde web naar de omschrijving ‘helikopter-mieren’, de volgende tekst tegenkwam: ‘Ze waren naar de helikopter gegaan om bij de evacuatie van de passagiers te zijn. De mieren droegen allemaal gele jacks, zodat ze beter zichtbaar waren.’ Geweldig toch! En voor mij het bewijs dat helikopters en mieren toch met elkaar te maken hebben!

Zo kwam ik afgelopen tijd wel meer bijzondere woorden tegen, bijvoorbeeld op televisie in het programma ‘Stadsmormels’. Een prachtig programma., waarin beelden te zien waren van dieren die meestal niet in het normale stadsbeeld te zien zijn, zoals bijvoorbeeld vossen. In één van de afleveringen waren prachtige parkieten te zien. De bioloog, die er verstand van had, vond het echter niet zo mooi dat deze dieren in de stad te zien waren. Hij noemde deze parkieten ‘invasieve exoten’ (betekenis: Invasieve soorten zijn soorten die zich buiten hun oorspronkelijke verspreidingsgebied hebben gevestigd en door hun aanwezigheid of hun snelle uitbreiding een bedreiging vormen van inheemse soorten). Dat neemt niet weg dat de parkieten gewoon prachtig waren om te zien, zo’n zwerm gekleurde vogels in een grijze Nederlandse stad.

Het volgende prachtige woord dat ik tegenkwam, gebruikte mijn tante, een ‘seniorenmomentje’. Tante was ‘even de weg kwijt’ (maar dan letterlijk). Volgens haar gezelschap was dat een ‘seniorenmomentje’ en had het helemaal niets met leeftijd of dementie te maken. Mooi woord, ‘seniorenmomentje’. En te gebruiken in alle gevallen dat je even de weg kwijt bent (al dan niet letterlijk) of als je even niet meer op een woord kan komen.

Vervolgens hoorde ik op televisie een prachtige verbastering van het woord ‘cowboy’. Een verbastering die wij (Brabanders onder ons), waarschijnlijk allemaal weleens gebruikt hebben. Degene die ik hoorde, sprak het woord ‘cowboy’ uit als ‘koiboi’ (geen idee hoe ik dat moet schrijven, maar ik denk dat dit er het meest op lijkt). En wat denk je? Er zijn 22 dialectwoorden voor ‘cowboy’, die gebruikt worden door heel Nederland!!!!

Het laatste prachtige woord dat ik deze week tegenkwam is ‘mogelijkmaker’. En die hebben wij in Dongen. Sinds kort hebben wij in ons prachtige dorp een ‘mogelijkmaker centrum’, die samen met een ‘intern opgave-team’ aan het werk gaat in het centrum. Als je wilt, kun je deze ‘mogelijkmaker’ bellen en komt hij koffiedrinken, zo staat te lezen in het persbericht van de gemeente. Zo gebeurt er toch nog iets nuttigs in deze komkommertijd. Dongen heeft een ‘mogelijkmaker centrum’. En die wilden wij altijd al, toch???

Lia van Gool



  • Comments(2)//column.dongenhomespot.nl/#post33
« PreviousNext »