<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0">
<channel><generator>iloblog 1.0</generator><title>A.L. DUSCEES Feed</title><link>http://alduscees.dongenhomespot.nl/</link><description>&lt;p&gt;Cees van den Broeke schrijft elke week een pakkende column bij dongenhomespot.nl Zijn wijze en doordachte woorden geven een zuivere kijk op onze samenleving&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;REACTIES :&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Onder de columns &lt;/p&gt;
&lt;p&gt;of&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;via&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;&lt;a href=&quot;mailto:INFO@DONGENHOMESPOT&quot; target=&quot;_blank&quot;&gt;INFO@DONGENHOMESPOT&lt;/a&gt; &lt;/p&gt;
&lt;p&gt;terug naar de website :&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;&lt;a href=&quot;http://www.DONGENHOMESPOT.NL&quot; target=&quot;_blank&quot;&gt;WWW.DONGENHOMESPOT.NL&lt;/a&gt;&lt;/p&gt;</description><item><title>Rituelen en ceremonies</title><link>http://iloapp.dongenhomespot.nl/blog/alduscees?Home&amp;post=123</link><description><![CDATA[   Rituelen en ceremonies  
 Rituelen bestaan al sinds mensenheugenis. Sociologen en psychologen hebben er al boeken over vol geschreven. Wat belangrijk is, hoe ervaren we het zelf ? Voelen we ons er goed bij of vinden we het ergerlijk ? Dat zal voor een ieder persoonlijk anders ervaren worden, met name bij begrafenissen schijnen we er behoefte aan te hebben, maar er zijn nog vele andere gelegenheden op te noemen waarbij rituelen een belangrijke rol spelen. Vroeger, toen iedereen nog naar een kerk ging werden we opgevoed met de kerkelijke rituelen, maar met de komst van de ontkerkelijking verdwenen die uit het leven, maar kwamen er weer anderen voor terug, we schijnen niet zonder te kunnen. Maar niet alleen op het gebied van de religie, ook in het profane leven bestaan er vele rituelen, alhoewel ook die niet alleen puur rationeel te verklaren zijn. Rituelen zijn voor velen een soort houvast, een soort zekerheid, als dit of dat plaats vind gaan we daar zo mee om en hoeven we ons niet af te vragen hoe we een en ander in ons leven moeten laten verlopen. Als we de rituelen puur rationeel bekijken, zou het in vele gevallen een lachwekkende indruk geven. Gebaseerd op vaak eeuwen geleden geldende gedachten en kennis van die tijd, zijn deze vormen ontstaan. 
 Het belang wat kennelijk gehecht wordt aan traditie, maakt dat deze oude rituelen nog steeds bestaan, al zeggen de gedachten die er vroeger achter zaten ons nu niets meer. Het decorum wat in vroeger tijden uit het toen gangbare leven is ontstaan, wordt in vele gevallen nog steeds aangehouden (zie bv. pruiken en toga’s bij de Engelse rechterlijke macht). Rituelen gaan bijna altijd gepaard met ceremonies, waarbij vaste volgordes en vaak ook kleding zijn voorgeschreven. Zo was ik afgelopen week bij zo’n ceremonie aanwezig bij het verlenen van een doctoraat. Dit soort ceremonies moeten de plechtigheid van de gebeurtenis benadrukken en ik moet zeggen het heeft wel iets, alleen al de achting die voor de dragers van titels, de hooggeleerden, getoond wordt door het moeten opstaan bij binnenkomst en bij het verlaten van de zaal is een in de gewone maatschappij al lang achterhaalde norm. Dit deed me toch even terugdenken aan de tijd dat in de gewone maatschappij er ook nog een vorm van achting bestond en waar de onderwijzers nog met meester of juffrouw werden aangesproken i.pl.v. bij hun voornaam. Ook de dokter, burgemeester of dominee c.q. pastoor werden met een bepaalde achting begroet. Het slaafse volgen van dit soort gezagsdragers had soms een negatieve uitwerking, maar de achting op zich heeft niets verkeerds. Dat een en ander gepaard gaat met voor de leek vreemde ceremonies, zoals in dit geval een pedel die binnenkomt met een stok met bellen , de scepter en er mee op de grond stampt of de hoogleraren met hun toga’s en mutsen, gaf mij al het gevoel dat hier iets bijzonders aan de hand was en dat is nu ook juist de bedoeling van zulke ceremonies. 
 “Hora est”. A.L. Duscees 
 ]]></description><pubDate>Fri, 18 May 2012 08:31:26 +0200</pubDate><category>A.L. DUSCEES</category></item><item><title>Ook bang om iets te missen ?</title><link>http://iloapp.dongenhomespot.nl/blog/alduscees?Home&amp;post=122</link><description><![CDATA[  Ook bang om iets te missen ? 
 Afgelopen dinsdag stond er een mooie column in BN/DeStem van John Bas, betreffende de zgn. FOMO ziekte. FOMO staat voor Fear of Missing Out, oftewel bang om iets te missen. Door het lezen van deze column herkende ik zo veel, niet alleen van mijn eigen kinderen, maar ook bij mezelf. Het betreft hier het gebruik van onze smartphone en dan niet het bellen of gebeld worden, maar al die andere mogelijkheden als SMS, Twitter, Hyves en Facebook.  
 De jeugd schiet in de stress als ze een piepje horen en zijn bang er niet bij te horen als ze een berichtje niet direct beantwoorden of te liken. De jeugd lijkt wel geboren met een tel. in de hand en de ergernis welke dit soms oproept wanneer op elke plaats en op elk tijdstip deze tel. voorrang krijgt boven al het andere, schijnt hun koud te laten. Het niet beantwoorden, checken of erger nog het ‘uitzetten’ van de tel. schijnt een doodzonde te zijn. 
 Maar ook bij mezelf constateer ik een bepaalde vorm van FOMO, niet voor wat mijn tel. betreft, maar wel voor mail of de sites als Twitter en Facebook, want wat doe ik namelijk?, zodra ik thuis kom van weggeweest is mijn eerste handeling de pc aan zetten en mail, facebook en twitter checken. Wat is dit toch vroeg ik me af, wat drijft mij ? Ook bang om iets te missen ? En wat zou ik dan missen ? Ik heb voor mezelf eens nagekeken wat er zoal op mijn facebook en twittersite binnenkomt aan berichtjes, eigenlijk onvoorstelbaar als je deze eens goed tot je laat doordringen. Berichtjes als : lekke band, nu maar met de bus; lekker weekend; welterusten of goede morgen; vandaag maar 3 lesuren; hopelijk lekker weer het weekend; weer aan het werk na weekje vakantie, enz. enz. Zit ik daar op te wachten ? Nou nee niet echt eigenlijk. Maar stel dat je dat ene wel interessante berichtje zou missen en je kunt er niet over meepraten, dan ga je toch af bij je vrienden en kennissen. Is dat zo, of zit dat alleen maar in mijn hoofd. Ik denk het laatste, het is net als stiekem hopen op een grote prijs bij de staatsloterij, terwijl je weet dat de kans zeer miniem is, maar als….. enz. En wat zet ik er zelf op ? zitten mensen daarop te wachten ? Tijd om eens na te denken waarom ik me met de geest der tijd zo laat mee slepen. Volgens de voornoemde column wordt er op moederdag een‘ik ben offline-dag’ gehouden. Benieuwd hoeveel mensen daar aan mee doen of hoeveel moeders zich opnieuw ergeren aan het bezoek wat constant met hun mobiel in de weer is. Iedereen een fijne Moederdag gewenst. 
 A.L. Duscees 
     
 ]]></description><pubDate>Fri, 11 May 2012 11:10:41 +0200</pubDate><category>A.L. DUSCEES</category></item><item><title>Van de regen in de drup</title><link>http://iloapp.dongenhomespot.nl/blog/alduscees?Home&amp;post=121</link><description><![CDATA[  Volgens het onlangs naar buiten gebrachte nieuws over misbruik bij kinderen in de jeugdzorg, zou er sprake zijn van 4 x zo veel kans om misbruikt te worden binnen die jeugdzorg dan in de “normale” maatschappij. Misschien moeten we dan wel spreken over ‘van de drup in de regen’. Volgens de aangehaalde onderzoekers, komt dit zowel voor binnen de instellingen, als wel in de pleeggezinnen. In een groot deel van de gevallen is er sprake van misbruik door lot- en/of leeftijdgenoten binnen de instelling, of eigen kinderen en familie van de pleeggezinnen. Dit ter verduidelijking van het idee dat hulpverleners de grote boosdoeners zijn, alhoewel het ook daarbij voorkomt. Er zijn allerlei redenen te bedenken waar dit nu aan zou kunnen liggen. Echter de reden die door een vrouwelijke hotemetoot van de jeugdzorg in het nieuws naar voren werd gebracht, doet me de haren ten berge rijzen. 
 Haar commentaar was dat kinderen die bij jeugdzorg terechtkomen allemaal beschadigd of getraumatiseerd zijn en daarom juist dit soort gedrag aantrekken, met andere woorden eigenlijk ligt de oorzaak bij die kinderen zelf. Amehoela. Dat is hetzelfde als wanneer je zou zeggen dat een patient in het ziekenhuis niet extra aandacht hoeft te krijgen om allerlei infecties te voorkomen, want hij is toch al ziek, (al komt dit helaas ook voor met bacteriële infecties). Juist daarom verdiend zo iemand extra aandacht en bescherming. Wat jeugdzorg zich aan moet trekken en misschien ook wel de regering met hun bezuinigingsprioriteiten, is dat de zwakke juist extra bescherming en veiligheid nodig heeft. Daar waar gezinnen geconfronteerd worden met ziekte of een handicap van een van hun kinderen, zal men er toch alles aan doen om dit kind binnen dit gezin alle veiligheid en aandacht te geven, soms zelfs zodanig dat andere gezinsleden wel eens zeggen: ”het draait bij ons alleen maar om hem of haar”. Soms kan dit ook doorschieten, maar ons“Nederlandse gezin” is daar m.i. nog ver vanaf. Daarnaast heb ik het idee dat bij de keuze voor pleeggezinnen er ook nog wel het een en ander verbeterd kan worden. Ik weet dat er een schreeuwend tekort aan pleeggezinnen is, maar dat mag nog geen vrijbrief zijn om het met het aannemen van pleeggezinnen niet zo nauw te nemen. Ik spreek uit eigen ervaring als ik zeg dat er een flink aantal pleeggezinnen zijn die puur uit financieel oogpunt tot deze keuze zijn gekomen, dit met alle gevolgen voor een juiste opvang van beschadigde kinderen. Ook vraag ik me wel eens af of de prioriteit bij jeugdzorg niet meer moet liggen bij een verder gaande begeleiding in de oorspronkelijke gezinnen, dan kinderen snel weg te halen en in jeugdinstellingen of pleeggezinnen te plaatsen. Ook weet ik dat oppervlakkige kennis bij zgn. ervaren mensen als leerkrachten, huisartsen of maatschappelijk werkers, voor jeugdzorg veel zwaarder tellen dan zich te verdiepen in de werkelijke problemen die bij ‘probleem’ ouders kunnen spelen. 
 Hiermee wil ik niet zeggen dat het een en al kommer en kwel is, natuurlijk wordt er ook heel veel goede hulp geboden, maar dat er nog duidelijk wat te verbeteren valt is voor mij ook duidelijk. 
 A.L. Duscees 
     
 ]]></description><pubDate>Fri, 04 May 2012 08:37:27 +0200</pubDate><category>A.L. DUSCEES</category></item><item><title>Privatisering en marktwerking</title><link>http://iloapp.dongenhomespot.nl/blog/alduscees?Home&amp;post=120</link><description><![CDATA[   Privatisering en marktwerking  
 Laat ik beginnen te zeggen dat ik geen econoom of marketingdeskundige ben, toch heb ik daar zo mijn ideeën over, althans als het gaat over het onderwerp dat mij raakte deze week. 
 De twee woorden in de kop van deze column zijn de laatste decennia schering en inslag in onze maatschappij. Marktwerking is m.i. niets zonder privatisering, dus daar begint het. Nu is al vanouds bekend dat dit één van de verschillen tussen links en rechts denken in de politiek is. Het is dan ook geen wonder dat bij de laatste rechtse kabinetten, de privatisering van alle, voorheen overheids of semioverheids bedrijven, een grote vlucht heeft genomen. Wat mij betreft heeft dit alleen voordelen opgeleverd voor de managers van dit soort instellingen die met hun hoge salarissen en bonussen mooi weer spelen en de kerntaken welke dit soort instellingen horen te hebben, nl. een zorgplicht voor de bevolking totaal uit het oog zijn verloren. Ook Staatsbosbeheer is niet aan dit beleid ontsnapt, zij het dat zij nog niet volledig geprivatiseerd zijn, wel is een groot deel van hun werkzaamheden naar de provincie doorgeschoven en tezamen met de noodzaak om te bezuinigen, heeft dit ook hier geleid tot een beleid van marktwerking. Eerder dan het te zoeken in een afroming van de management top met ook daar hoge salariëringen, gaat men over op het geld te halen bij de bevolking c.q. de consument. De consumenten zijn in dit geval u en ik die van onze eigen natuur willen genieten, door een boswandeling te maken of in een vakantiehuisje midden in de natuur een weekendje tot rust willen komen. Zo kan het gebeuren dat de organisatie van onze Dongense avondvierdaagse de bevolking moet vragen om een bijdrage om een avond door het bos te lopen. De kosten voor een vergunning daarvoor (dat die überhaupt al nodig was), is dit jaar 6 x zo duur geworden. Daarnaast heeft men de erfpacht van vakantiehuisjes opeens met 600-800% verhoogd. Voorbeeld: canon gaat van 1.250 euro naar circa 10.000 euro per jaar. Als Staatsbosbeheer net als elke andere overheidsinstantie moet bezuinigen kan het niet zo zijn dat de rekening gelijk wordt doorgeschoven naar de burgers, want dat is wat hier lijkt te gebeuren. De toeristensector op bijvoorbeeld de waddeneilanden wordt hierdoor kapot gemaakt en particulieren voelen zich genoodzaakt om hun vakantiehuis te verkopen. Waarom wordt het primaire doel, afslanking van de overheid, hier niet gewoon toegepast? Ook heeft men besloten om meer opbrengst te gaan halen uit de bomenkap, met als gevolg een verschraling van bosgebieden. Dit is o.a. afgelopen winter gebeurd in het bosgebied waar ik al jaren op een camping zit. Het is een complete kaalslag geworden, vaak alleen al door het geweld waarmee machines niet alleen heel veel bomen weghalen, maar ook het lage hout als braamstruiken, varens en ander laag groen compleet wegvagen. Bijkomende ergernis is dat de boswerkers, waar je toch een stukje milieubewustheid van mag verwachten, een enorme bende van lege melkpakken en plastic flessen gewoon achterlaten. Geld verdienen ten koste van alles lijkt ook hier het beleid te zijn geworden, immers de baantjes van de managers moeten toch koste wat kost in stand gehouden worden. 
  A.L. Duscees  
       
 ]]></description><pubDate>Fri, 27 Apr 2012 14:15:16 +0200</pubDate><category>A.L. DUSCEES</category></item><item><title>Wellevendheid</title><link>http://iloapp.dongenhomespot.nl/blog/alduscees?Home&amp;post=119</link><description><![CDATA[  Wellevendheid 
 Een woord wat mij steeds te binnen schiet als ik soms geconfronteerd wordt met de hufterigheid van mensen in onze tijd. Dit ouderwetse woord gaat terug tot de middeleeuwen en is een stelsel van manieren en gedragingen die waarborgen dat mensen met elkaar omgaan op een manier die maatschappelijk aanvaard is en die positief wordt gewaardeerd (aldus Wikipedia). Door de uitvinding van de boekdrukkunst en de toenemende alfabetisering in de 17e en 18e eeuw konden de wellevendheidsnormen zich steeds meer uitbreiden. Vooral in Frankrijk, maar ook in Nederland verschenen er boekjes over wellevendheidsnormen. Erasmus schreef in 1530 een wellevendheidsboekje voor kinderen, dat in vele talen werd vertaald. Hierop werden nog lange tijd daarna de schoolboekjes gebaseerd, maar die in tegenstelling tot wat Erasmus voorstond, nl. alleen maar nuttig waren in de omgang met elkaar, steeds meer als heel autoritaire voorschriften, verplichte lessen werden op de scholen. Een en ander leidde uiteindelijk tot een verregaande vorm van hypocrisie, waarbij het uiterlijke zichtbare vertoon belangrijk was en het innerlijk taboe was, de triomf van de uiterlijke schijn. Elke uiting van intimiteit was iets verdachts geworden en kwam voort uit het slechte van de mens, dit op grond van de kerkelijke leer van de erfzonde, samen met een grote sociale controle konden de mensen hieraan niet ontsnappen. De goede bedoelingen uit het begin, van datgene wat Erasmus voorstond waren op een vreselijke manier doorgeschoten. Hier moest wel een reactie op komen. Aan het einde van de achttiende eeuw stelde  Rousseau  dat de wellevendheid een dwangbuis was. Hij schreef het boek   Émile ou de l' éducation  , waarin hij pleitte voor het herinvoeren van verloren deugden als een gevoelige en goede natuur. Met een beroep op hart, rede en innerlijk, raadde hij iedereen aan om zich weinig meer aan te trekken van de regels van de wellevendheid. Hij stelde dat vroeger de achting die iemand kreeg, afhing van zijn afkomst, rang en rijkdom. Van hem hoefde men nog maar één regel te volgen: "je tegenover iedereen ongedwongen, bescheiden, open en loyaal te gedragen". En toch werden de wellevendheidsboekjes niet alleen de hele achttiende maar meer nog in de negentiende eeuw (tot zeker 1850) in steeds toenemende aantallen tot in de verste uithoeken van het land verkocht. Uiteindelijk werd het begrip wellevendheid in de 20e eeuw vervangen door het begrip beleefdheid. In essentie komt beleefdheid neer op respect voor iemand tonen door zijn of haar houding. De vormen van beleefdheid blijken sterk tijdsgebonden. In de jaren vijftig bestond beleefdheid van kinderen tegenover volwassenen er bijvoorbeeld uit dat ze "met twee woorden" moesten spreken. Op een vraag mocht een kind niet eenvoudig met "ja" of "nee" antwoorden, maar het moest zijn "ja, papa" of "nee, meester". Een andere vorm van beleefdheid die in de loop van de twintigste eeuw grotendeels verloren is gegaan, is het openhouden van een deur voor een dame, hetgeen een welopgevoede heer behoorde te doen. Met de  emancipatie  van de vrouw werd dit minder op prijs gesteld. 
 Tot zover een stukje geschiedenis. Nu de dag van vandaag. 
 De kop boven deze column zou kunnen suggereren dat ik terug wil naar de wellevendheid omdat de eerder genoemde omgangsvorm hufterigheid in onze tijd veel te ver gaat en dit een doorgeschoten vorm van het “ik” tijdperk betreft. Maar de hypocrisie van de hierboven omschreven wellevendheid mag voor mij verleden tijd blijven, wel pleit ik voor terugkeer van een bepaalde vorm van beleefdheid, de ander respecteren in wie hij of zij is en dat ook tonen in de dagelijkse omgangsvormen. Een klein voorbeeld hiervan. Sinds een aantal maanden beweeg ik mij vaker te voet dan voorheen, als ik dan mensen tegenkom of passeer, groet ik altijd door goedendag te zeggen, het aantal mensen dat teruggroet vind ik schrikbarend weinig. Zomaar een kleinigheid binnen onze omgangsvormen daar begint het al. Ik hoop dat de lezers van deze column deze gedachte mee uitdragen zodat er een tegenwicht komt tegen de hufterigheid. 
 A.L. Duscees 
     
 ]]></description><pubDate>Fri, 20 Apr 2012 08:51:13 +0200</pubDate><category>A.L. DUSCEES</category></item><item><title>Vertrouwen</title><link>http://iloapp.dongenhomespot.nl/blog/alduscees?Home&amp;post=118</link><description><![CDATA[  Vertrouwen 
 De laatste tijd is er zo nu en dan een reklame op tv te zien van 365, een landelijke arbodienst. Hun slogan is: “wat ben ik er mee opgeschoten dat ik mijn mensen fte’s ben gaan noemen ?” Met fte wordt bedoeld ‘fulltime equivalent’ een uitdrukking zoals er tegenwoordig vele zijn uit het engels, welke een keiharde, afstand scheppende mentaliteit weergeven. Deze term geeft een volledige werkweek aan per persoon. Een en ander is allemaal op Amerikaanse leest geschoeid, waarbij het er alleen maar om gaat zoveel mogelijk geld te verdienen voor de aandeelhouders en de managers die dit voor elkaar krijgen, vette bonussen ontvangen. De menselijke maat is hierbij totaal ondergeschikt. Voorbeelden hiervan zijn b.v. bedrijven als Nike en Apple welke onlangs nog in het nieuws waren betreffende de werkomstandigheden bij hun Chinese leveranciers. 
 Ik moet terugdenken aan de tijd dat binnen het concern waar ik werkte, dit soort uitdrukkingen als fte’s ook hun intrede deden. Het begon er al mee dat je niet voor vol werd aangezien als je niet wist wat er mee werd bedoeld. De vraag toentertijd van een van mijn collega’s tijdens een van de twee overnames die wij in de jaren 80 en 90 hebben meegemaakt, en er sprake was van een bezetting op onze afdeling van 11 ½ fte in plaats van de 16 die er waren, was : “als ik dan die halve fte ben, ga ik dan maar halve dagen werken?” Ons werd duidelijk gemaakt dat er 5 mensen uit moesten en dat er 1 nieuwe parttimer ( ook alweer zo’n Engelse uitdrukking) zou worden aangenomen. Het gevolg van al dit soort bedrijfsvoeringen was dat onze directe chef zijn mensen nog wel goed kende, maar het management dat daar boven zat, mede ook als gevolg van het ineen vloeien van 2 concerns, geen enkele affiniteit met de medewerkers had. Het waren fte’s en geen mensen. Het gevolg daarvan was weer een bepaalde mate van onverschilligheid bij de werknemers ten aanzien van het bedrijf. Het vertrouwen tussen bazen en werknemers begon hierdoor tot een dieptepunt te dalen. 
 Afgelopen week is bekend gemaakt welk bedrijf in Nederland de nummer 1 ‘great place to work’ (beste plaats om te werken), is geworden. Deze uitverkiezing wordt jaarlijks gehouden door GTPW, een organisatie die continu wereldwijd onderzoek doet naar goed werkgeverschap en tevredenheid onder de werknemers. In Nederland deden hier zo’n 15.000 werknemers aan mee. Uit dit soort onderzoek blijkt dat vertrouwen, trots en kameraadschap, een organisatie maken tot een fijne werkplek. Gelijke behandeling van werknemers werd als het meest positief ervaren en verder blijkt het erg belangrijk te zijn dat werknemers verantwoordelijkheid krijgen en het gevoel hebben dat hun werk belangrijk is en hun werk betekenis heeft. Vertrouwen binnen bedrijven blijkt een belangrijke factor, vertrouwen van het management in werknemers en vice versa. Organisaties die aandacht besteden aan en investeren in hun werknemers blijken ook op de beurs het beter te doen. 
 Werknemers maken thuis ook grote beslissingen over hypotheken, over kinderen en dat kunnen ze ook als het om hun werk gaat, aldus de onderzoekers. 
 Vertrouwen geven aan elkaar betekent dat je in elkaar geïnteresseerd moet zijn, elkaar kennen en begrip hebben tot op zekere hoogte. Dit geeft niet alleen de beste bedrijfsresultaten, maar geldt ook voor onze gehele maatschappij. Een mentaliteit welke we lang zijn kwijt geweest. Hopelijk gaat het inzicht weer ontstaan dat dit de olie is voor onze maatschappij, waardoor we ons een stuk gelukkiger kunnen voelen. 
 A.L. Duscees  
     
 ]]></description><pubDate>Fri, 13 Apr 2012 10:31:55 +0200</pubDate><category>A.L. DUSCEES</category></item><item><title>Kleine ergernissen</title><link>http://iloapp.dongenhomespot.nl/blog/alduscees?Home&amp;post=117</link><description><![CDATA[  Kleine ergernissen 
 Zo af en toe wind je je weer eens even op over zaken die eigenlijk al lang normaal zijn, maar het niet horen te zijn. Dat had ik afgelopen week, toen ik met de auto in de buurt van het Cambreur college reed. De school was kennelijk net uit en een stroom van puberale fietsers overspoelde de fietspaden inclusief de naastliggende weg. Ik wil eerst zeggen dat onze Dongense verkeersstromen wat mij betreft goed geregeld zijn, op een paar kleinigheden na. De gastrol welke we als automobilist hebben in de buurt van de Koepelkerk vind ik prima geregeld, de auto is binnen de kern toch al veel te dominant en in dat verband pleit ik er voor om meer gebruik te maken van de fiets of de benenwagen. Soms kom je er echter niet onderuit je daarlangs met de auto te bewegen. De verkeersstromen kunnen echter nog zo goed geregeld zijn, als de verkeersdeelnemers zich niet aan de regels houden werkt het niet. 
 Ik heb vroeger op school tijdens de lessen van veilig verkeer Nederland altijd geleerd dat je als fietser met niet meer dan twee personen naast elkaar mag fietsen. Is dat misschien veranderd ? Wat ik zag was dat het merendeel van de fietsende jeugd gezellig keuvelend met 3 of zelfs met 4 man naast elkaar fietsten, anderen wilden daar weer voorbij zodat in het ergste geval wat ik zag er 5 naast elkaar reden tot op de helft van de naast liggende weg. Er waren er ook bij die hoewel slechts met tweeën naast elkaar fietsend, elkaar met de schouder probeerden opzij te duwen zodat ook hierbij een flink deel van de weg in beslag werd genomen. Ik kon het niet laten om toen ik wat ruimte had, bij het passeren van zo’n trio even te claxonneren en door het opsteken van twee vingers probeerde duidelijk te maken dat ze met tweeën naast elkaar moesten fietsen. De reactie op deze twee vingers was één middelvinger. Nu weet ik wel dat op dat korte stukje waar ik verplicht werd achter de fietsers te blijven er nog geen minuut tijdwinst kan worden behaald, dus zo erg is dat helemaal niet. Maar mijn ergernis behelst de mentaliteit van een deel van deze jeugdige verkeersdeelnemers, wordt daar geen aandacht aan besteed, dan kunnen dat de latere verkeersdeelnemers worden die denken dat de openbare weg alleen voor zichzelf is. Rekening houden met anderen dient toch al vroeg geleerd te worden, ook in het verkeer. Dat kunnen ook de mensen worden die (nog zo’n ergernis van me) aan het eind bij de kassa van de supermarkt uitgebreid hun kassabon staan te bestuderen zodat de nog niet ingepakte boodschappen ervoor zorgen dat de caissière niet door kan en een lange zuchtende rij mensen, waaronder ik, laat staan wachten. De mentaliteit van ikke, ikke , ikke en de rest kan stikke, lijkt als gevolg van het toch reeds achterhaalde ‘ik’ tijdperk nog steeds volop aanwezig in onze maatschappij. Dat is eigenlijk mijn grootste ergernis. 
 A.L. Duscees 
     
 ]]></description><pubDate>Fri, 06 Apr 2012 10:54:22 +0200</pubDate><category>A.L. DUSCEES</category></item><item><title>Geilheid</title><link>http://iloapp.dongenhomespot.nl/blog/alduscees?Home&amp;post=116</link><description><![CDATA[   Geilheid  
 De eerste reactie op bovenstaand woord, wordt denk ik voor de meesten van ons, geassocieerd met seks. Echter een van de synoniemen van dit woord is ‘begerig’, begerig zijn naar, of begerig zijn op. Dat is het begrip waar ik het over wil hebben. Waarom dan niet gewoon dat woord gebruiken ? Om een begrip als begerig zijn te kunnen versterken, dus het toppunt van begerig zijn aan te geven, wordt soms het woord geil gebruikt. Denk hierbij aan o.a. hij of zij is mediageil, of hij of zij geilt op aandacht. Als ik naar TV kijk, kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat er heel veel zogenaamde BN-ers rondlopen die aan dit criterium voldoen. Alles is er bij hen opgericht, zo lijkt het, om in zoveel mogelijk programma’s op te draven en hun gezicht weer te laten zien. Ze schuwen het ook niet om allerlei, normaal gesproken privé zaken te lekken, zodat er weer aandacht aan ze besteed wordt. Daar zit natuurlijk een achtergrond achter. Waarom is iemand zo geil op aandacht. Dan komen we in de menselijke psychologie terecht. Een van de voor de hand liggende reden zou kunnen zijn dat die persoon vroeger als kind of als baby aandacht is tekort gekomen. Aangezien ieder mens als baby en als kind aandacht nodig heeft, zal wanneer het dit tekort komt daar op alle mogelijke manieren zelf om vragen. Dit patroon van aandacht vragen wordt uiteindelijk vastgelegd in zijn of haar persoonlijkheid. Hierin zijn vele graduaties, van bijna onopvallend tot aan narcisme toe. De meest extreme vorm hiervan, het narcisme, wordt gekenmerkt door wat ik noem geilheid op zichzelf. De basis hiervan hoeft niet alleen een ernstig gebrek aan aandacht te zijn, maar vaak is dit het gevolg van negatieve aandacht als misbruik in wat voor vorm dan ook waaruit trauma’s zijn ontstaan. In dit kader kan narcisme als een verdedigingsmechanisme worden gezien gebaseerd op gevoelens van minderwaardigheid. Een aantal kenmerken hiervan worden beschreven in de psychologie zoals o.a. hij of zij heeft gevoelens van grootsheid en eigen belangrijkheid (overdrijft bijvoorbeeld zijn of haar prestaties, talent, kennis, contacten en persoonlijke eigenschappen en eist als superieur beschouwd te worden, ook als de prestaties hiertoe geen aanleiding geven). Hij of zij is geobsedeerd door fantasieën over succes, roem, (al)macht en heeft enorme behoefte aan bewondering, aandacht en bevestiging of wil gevreesd en berucht zijn. Deze persoon gelooft dat hij of zij meer rechten heeft dan anderen, en wil dat anderen zich aanpassen aan de "onredelijke" verwachting van een voorkeursbehandeling. Hij of zij is manipulerend en gebruikt anderen om het doel te bereiken. De persoon heeft een onderontwikkeld inlevingsvermogen. Hij of zij kan of wil geen rekening houden met de behoeften of opvattingen van anderen, is vaak jaloers, wat gepaard kan gaan met woede. De persoon gedraagt zich arrogant en voelt zich superieur. 
 Wanneer ik zo’n persoon zie of misschien tegenkom, (ze zijn niet alleen op TV te zien, maar ook op je werk of in de vereniging waar je lid van bent), dan is mijn eerste reactie ergernis en antipathie, gepaard gaande met een niet altijd reële reactie om juist altijd tegen zo iemand in te gaan. Om ergernissen bij jezelf te voorkomen is het beter te proberen medelijden voor zo’n persoon op te brengen, wetende dat hij of zij waarschijnlijk een veel slechter begin van zijn leven heeft meegemaakt dan jezelf. 
  A.L. Duscees  
       
 ]]></description><pubDate>Fri, 30 Mar 2012 09:12:26 +0200</pubDate><category>A.L. DUSCEES</category></item><item><title>Bodem beerput rk instellingen nog niet in zicht</title><link>http://iloapp.dongenhomespot.nl/blog/alduscees?Home&amp;post=115</link><description><![CDATA[   Bodem
beerput rk instellingen nog niet in zicht  
 Misschien
lijkt het dat ik regelmatig een hetze voer tegen de katholieke kerk
of haar instellingen gezien mijn columns daarover, dit is echter
geenszins mijn bedoeling. Wel is het zo dat ik over onrecht en het in
de doofpot stoppen van dat onrecht me erg druk kan maken. 
 
 Ik
ben er van overtuigd dat de hedendaagse gelovigen daar net zo van
gruwen, dus zij hoeven zich door mij niet aangevallen te voelen. Ik
wil echter wel de geschiedenis herschrijven van het zogenoemde ‘rijke
roomse leven’ evenals dat pas nog gebeurde met een stukje
vaderlandse geschiedenis, waar het standbeeld van Jan Pietersz. Coen
in Hoorn voorzien werd van een nieuwe plaquette, met daarop een
kritische kijk op zijn bloedig handelen. Evenals dat met ons verleden
in Indië en onze slavenhandel is gebeurd. Je zou kunnen zeggen dat
een van de laatste bolwerken van een onterecht verheerlijkt stukje
geschiedenis nu aan de beurt is. Waar heb ik het nu over ? Afgelopen
week stond in de krant dat er in de jaren ’50 van de vorige eeuw,
jongens gecastreerd zijn wegens homoseksualiteit. Ik was me al wild
geschrokken toen het inmiddels bekende nieuws over misbruik binnen de
kerk bekend werd, maar dit nieuws tartte mijn verbeelding. Een
jongen, wel of niet homoseksueel, was indertijd binnen het internaat
waar hij zat misbruikt en deed daarvan aangifte bij de politie. Deze
werd na het afleggen van zijn verklaring door de politie afgeleverd
in huize Padua in Boekel, een door katholieke broeders geleide
psychiatrische inrichting. Deze toen 17-jarige jongen werd vervolgens
naar het St. Joseph ziekenhuis in Veghel overgebracht om te worden
gecastreerd. Reden: homoseksueel gedrag. Er zaten op die bewuste dag
nog 9 andere jongens in het ziekenhuis op castratie te wachten
volgens het verhaal van het slachtoffer. (Bron: BN/DeStem van 19
maart). 
 Het
zal niemand onbekend zijn dat volgens de katholieke leer, zeker in
die tijd, maar ook nu nog, homoseksualiteit als een doodzonde word
gezien en het moest met alle middelen voorkomen worden dat bekend zou
worden dat homoseksualiteit binnen de kerk voorkwam. Een van de
middelen daarvoor was om de slachtoffers tot daders te maken en ze
binnen de instellingen te straffen voor hun ‘zondig’ gedrag. Maar
naar nu blijkt is dit wel erg ver gegaan. 
 Is
er inmiddels wat veranderd ? Ja, gelukkig wel iets, het deksel van de
beerput/doofpot is er af, zij het niet vrijwillig, maar kennelijk is
de bodem nog niet bereikt gezien deze laatste berichten. Met de
uitspraken van de paus, gedaan in 2010, is het wat de leer betreft
nog helemaal niet veranderd. Hij noemt nog steeds homoseksualiteit
het ingaan tegen schepping en natuur en daardoor tegen de wetten van
God. Verbluffend hiervan vind ik dat de verhalen over het ingaan
tegen schepping en natuur door bv. het lopen over water en het
veranderen van water in wijn, wonderen genoemd worden. Mijn gedachte,
even doordenkend in dat verband zou dan zijn, dat ook
homoseksualiteit een wonder genoemd kan worden. Of zeg ik nu iets
verkeerds. Hieruit blijkt toch het kromme van deze geloofsleer. 
 Evenals
over de politiek gezegd wordt dat men meer naar de gevoelens van de
bevolking zou moeten luisteren en niet in hun ivoren torentje hun
eigen koers moet bepalen, kan zeker ook over het instituut kerk
gezegd worden dat de werkelijkheid van de geloofsbeleving van de nog
actieve gelovigen totaal niet tot hun door schijnt te dringen. Laat
men maar eens beginnen met de geschiedenis en hun leerstellingen te
herschrijven en aan te passen aan de huidige tijd met alle kennis en
wetenschap in plaats van vast te houden aan middeleeuwse ideeën. Dan
pas laat men zien werkelijk te willen veranderen. 
 A.L.
Duscees      
 ]]></description><pubDate>Fri, 23 Mar 2012 11:13:58 +0100</pubDate><category>A.L. DUSCEES</category></item><item><title>Lentekriebels</title><link>http://iloapp.dongenhomespot.nl/blog/alduscees?Home&amp;post=114</link><description><![CDATA[   Lentekriebels  
 Na
een toch niet zo’n heel strenge winter, begint er zo langzamerhand
iets te veranderen aan de temperatuur en de zonneschijn. Mijn beide
katten begonnen na een winter alleen maar op de bank gelegen te
hebben weer speels te worden. Toen ik afgelopen zondag even in de
tuin zat, begonnen ze door de tuin te rennen, te springen en te
klimmen, allemaal schijnaanvallen op hun zogenaamde prooi. Maar ook
bij mij veranderde er iets, ik kreeg weer zin om van alles aan te
pakken, liefst buiten, en begon dingen te bedenken om een lekkere
wandeling te kunnen maken. De wekelijkse boodschappen welke ik met de
auto haalde, worden nu in gedeeltes per dag gehaald en dan te voet.
Ik weet echter ook dat wanneer ik hieraan weer even gewend ben, er na
een poosje de auto weer aan te pas zal komen. Ik heb dan meer tijd om
in mijn ligstoel in de zon te liggen, want een zonaanbidder ben ik.
Misschien ligt de oorzaak hiervan wel in het feit dat er nog een
beetje spaans bloed in me zit. Een voorouder van moederskant kwam
zo’n 8 à 9 generaties terug nl. uit Spanje. 
 Ook
de mensen om me heen zijn allemaal vrolijker en veel meer buiten te
vinden. De behoefte aan zonnestralen is kennelijk zo in de mens
ingebakken dat wij samen met de rest van de natuur weer vol zitten
met nieuw leven. En dan natuurlijk voor het mannelijk deel van onze
maatschappij het fenomeen rokjesdag, inmiddels een begrip dankzij
Martin Bril, alhoewel het er deze week nog niet echt uitkwam. 
 De
sporen van de vroeger zo algemeen bekende voorjaarsschoonmaak zijn
ook nog te vinden, al doen de jongste generaties daar al jaren niet
meer aan, toch zie ik de kriebels voor het opengooien en poetsen wel
terug, zij het in een mildere vorm dan vroeger. 
 De
gedachte aan een column die ik zo’n 2 jaar geleden schreef komt
naar boven. Die column over de vroegere voorjaarsschoonmaak,
gebruikte ik als metafoor voor de schoonmaak in ons hoofd, welke ik
gezien de maatschappelijke ontwikkelingen erg nodig vond. Jammer
genoeg vind ik dat 2 jaar later nog steeds en misschien nog wel meer
dan toen. Een klein stukje daaruit wil ik dan ook nogmaals onder de
aandacht brengen, nl. 
 oud
zeer wat op de zolderkamer van onze geest ligt, naar de stort
brengen, het behang van onze vooroordelen eraf trekken en het nieuwe
sausje van begrip op de wanden van ons hart smeren, het vuil en stof,
oftewel de negatieve gedachten uit ons geestelijk bed, waar we zo
graag in blijven liggen, uitkloppen zodat alles weer nieuw lijkt en
we met een open blik, anders naar onze medemens kijken. Kortom het
nieuw ontstane leven in de natuur ook omzetten naar onze natuur. 
  A.L.
Duscees  
 ]]></description><pubDate>Fri, 16 Mar 2012 11:25:57 +0100</pubDate><category>A.L. DUSCEES</category></item></channel>
</rss>
